Verrijk je leerlingen = verrijk jezelf

Verrijk je leerlingen = verrijk jezelf

Het is vrijdag het zevende lesuur en mijn 26 leerlingen van het tweede jaar Latijn zijn enthousiast in de weer. Naar dit moment kijken ze elke week uit. Ook voor mij is het telkens een spannend lesuur, want dit schooljaar is het de eerste keer dat ik een cultuurproject geef volledig geïnspireerd op het Total Talent Developmentprogramme van Joseph Renzulli. Voor dit verrijkingsprogramma baseert Renzulli zich op zijn eigen Enrichment Triad Model. In dit model komt de leerkracht los van de basisleerstof en werken de leerlingen aan een zelfgekozen project tijdens de lesuren.

In mijn klas betekent dit dat er gedurende anderhalf trimester elke week één lesuur tijd wordt vrij gemaakt voor het project. De basisleerstof krijgen de leerlingen tijdens de overige lesuren. Ik moet dus selectiever worden in mijn oefeningen en werk daarom enkel aan en met de oefeningen waar de leerlingen echt iets aan hebben. Kortom: ik draai het systeem om. In plaats van alle leerlingen samen te begeleiden door alle leerstof en elke oefening, waarbij de sterke en hoogbegaafde leerlingen vaak moeten wachten, zorg ik voor een compactere vorm van mijn lessen en spreid ik die over de vier overgebleven lesuren. Leerlingen die het wat lastiger hebben met de leerstof krijgen remediëringsoefeningen die sowieso allemaal digitaal ter beschikking staan zodat ook de andere leerlingen er gebruik van kunnen maken wanneer ze dat willen. Het vijfde lesuur gaat dan naar de verrijkingsopdracht, want net als Joseph Renzulli ben ik ervan overtuigd dat élke leerling de kans moet krijgen om zich te kunnen verrijken. Het is met stip het lesuur waar ze van begin tot einde moeten inzetten op hun creatief, kritisch en probleemoplossend denken en waar ik hen wat moet loslaten.

Hoe verloopt dit dan?

Het Total Talent Development program bestaat uit drie fases. In de eerste fase van de verrijking maken de leerlingen kennis met verschillende onderwerpen en domeinen om hun nieuwsgierigheid aan te wakkeren. Doorgaans doet men in deze fase een beroep op de kennis en kunde van leerkrachten of ouders die bedreven zijn in domeinen zoals fotografie, architectuur, ondernemerschap, games ontwikkelen, houtbewerking … en ga zo maar door. In mijn les Latijn is deze fase vertaald naar anderhalve week cultuurlessen over vijf verschillende onderwerpen. Bij elk cultuuraspect wordt lang genoeg stilgestaan, uitleg gegeven en waar nodig filmpjes getoond. De leerlingen krijgen zo een inkijk in verschillende (eigen)aardigheden van de Romeinse Oudheid. Voor de leerkracht is dit nog the easy part. Voor de leerlingen meestal ook 😉

Meteen daarna komt de tweede fase van de verrijking. De leerlingen duiden aan welk onderwerp ze van dichterbij willen bekijken en of ze dit in duo of individueel willen doen. In mijn klas werken vier leerlingen graag alleen, de overige 22 werken in duo. Wat de duo’s verbindt is het onderwerp waarin ze zich willen verdiepen en hun gelijkaardige leeraanpak. In deze tweede fase leren de leerlingen hun onderwerp grondiger kennen door te duiken in de kenmerken, methodes, materialen, classificaties, enzovoort. Mijn leerlingen hebben zo gekozen voor de wapenuitrusting van een Romeinse soldaat, de architecturale constructie van het Colosseum, het thermensysteem in de Thermen van Caracalla, de vernietigende impact van keizer Nero, piraterij op de Middellandse Zee, het Circus Maximus, enzovoort… Het meest opvallende aan deze fase van de verrijking is dat ik als leerkracht niets op voorhand vastleg, geen vooraf opgestelde cursus heb en niets doceer wat de leerlingen achteraf moeten studeren. Ik ben hoogstens een coach en begeleid de leerlingen in hun zoek- en leerproces. Enkel zo krijgen ze de kans hun creatief-productief denkvermogen aan het werk te zetten en net dat is hetgeen Renzulli wil verkrijgen met het verrijkingsprogramma. Wat ook opvalt is dat mijn leerlingen met enkele standaardproblemen geconfronteerd worden: welke vragen moeten ze stellen om informatie te verzamelen, hoever moeten ze daarin gaan, wat is betrouwbare of relevante informatie en waar kan je die vinden, hoe presenteren ze dit allemaal, … Bij het architecturale aspect van het Colosseum onderzoeken ze bijvoorbeeld uit welke materialen dit wereldwonder is gebouwd, vanwaar die materialen kwamen en hoe die werden getransporteerd, hoe de constructie zelf van het gebouw verliep, wie of wat er allemaal bij betrokken was, wie het project financierde, en ga zo maar door. Ik leg hen hoogstens wat vragen voor ter inspiratie, maar voor de rest gaan ze zelf op zoek. En dan zie ik bij hen die hersenradartjes werken: ze zoeken en zoeken, stellen ‘problemen’ vast en willen per se die oplossing vinden. Er poppen ook ineens een heleboel vragen op in hun hoofden, zowel qua inhoud als qua aanpak en elke keer gaan ze er zo in op, dat de schoolbel al lang gegaan is vooraleer ze de computer dichtslaan en hun banken opruimen.

Op het moment van dit schrijven zitten we nog volop in deze tweede fase. Het wordt dus spannend voor mij om te zien wie van hen voor de rest van het project in deze fase zal blijven werken en wie er aan de derde fase zal kunnen beginnen. In deze derde en laatste fase gaan de sterksten onder hen de rol van onderzoeker aannemen en produceren ze kennis in plaats van het te consumeren. De voorgaande twee fasen hebben hen een maatschappelijk relevant probleem doen ontdekken waar ze zelf een oplossing voor willen bedenken. Hier komt het creatief-productief denken volledig tot zijn recht. De Romeinse soldatentraining kan dus bijvoorbeeld worden vergeleken met de Belgische militaire opleiding. Ze kunnen zich dan de vraag stellen of wij even goed op onze Belgische militairen kunnen rekenen als de Romeinse burgers dat indertijd kon doen op hun leger.

Ik weet uiteraard nu nog niet wie die derde fase zal halen en welke vragen hier zullen worden onderzocht. Want nog meer dan in de voorgaande fase ligt hier niets op voorhand vast. De leerling gaat helemaal zelf op zoek naar een strategie, maakt zelf een planning en onderneemt zelf stappen om het eigen vraagstuk op te lossen. Het is in theorie vooral in deze fase dat de sterke en hoogbegaafde leerling kan werken aan de executieve functies, al ondervind ik dat ook de tweede fase heel wat van deze sterke leerlingen uit hun comfortzone haalt. Ook in de laatste fase ben ik als leerkracht niet overbodig. Integendeel, het is zelfs essentieel dat ik hen ondersteun en coach bij het bereiken van hun einddoel.

Wat dat einddoel ook is en of die in de tweede of de derde fase ligt, iedereen groeit hier als persoon. Het meest opvallende is dat enkele onderduikers hun enthousiasme voor het project zijn gaan uitbreiden naar de rest van het vak. Lees: hun betrokkenheid en resultaten voor het vak Latijn stijgen.
Niet alleen zij, maar ook ik ben grenzen aan het verleggen. Het gevoel van blijdschap is niet te beschrijven als ik merk dat leerlingen helemaal in de flow aan hun opdrachten werken en ik na elke les een stapel tips meekrijg om als coach te groeien.
Een leerling verrijken of uitdagen betekent dus niet alleen de leerlingen geschikt materiaal bieden, het betekent ook de leerlingen loslaten en hen keuzes durven laten maken. Het is hier dat ik op mijn beurt mijn comfortzone verlaat en dat ook ik heel veel leer, niet alleen inhoudelijk maar ook op vakdidactisch en pedagogisch vlak. Mijn controlefreaky ik – en ik spreek hier enkel voor mezelf – wordt uitgedaagd.

Dit project is zo fijn dat de leerlingen van volgend schooljaar zich al mogen klaar houden. Zij zullen gegarandeerd eenzelfde project krijgen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
Gebaseerd op: The Schoolwide Enrichment Model: A focus on student strengths and interests, Sally M. Reis & Joseph S. Renzulli

 

 

Leticia Vandemeersche is leerkracht Klassieke Talen en begeleidt in haar coachingspraktijk Oida cognitief sterke en hoogbegaafde jongeren en hun ouders. Ze is daarnaast ook partner bij Hoogbloeier en auteur van het boek Sterke leerlingen in de klas. Basistools voor verrijkend lesgeven (uitg. Gompel&Svacina).

2021-03-04T19:41:56+01:00

Hoogbloeier cvba

Adm.zetel: Tarbotstraat 23 - 9000 Gent

Phone: coachingsnetwerk: 0032 468 09 66 44