Tussenin-kind & wondervinder

Tussenin-kind & wondervinder

“Mijn hoofd werkt op drie sporen. Ik luister naar wat je vertelt, intussen denk ik aan iets dat ik gelezen heb en achterin mijn hoofd speelt de radio. Zo gaat het altijd. Ik kan niet met één ding tegelijk bezig zijn. Anderzijds is het ook verwarrend soms. Te veel tegelijk.”

Zijn hoofd denkt niet, het draait, het cirkelt, het vuurt, het walst, en soms pletwalst het. Bij het ochtendgloren schiet het aan, bij valavond glijdt de energie uit zijn tong, en zijn benen. Het leven is vermoeiend en intens, er worden tientallen hoge bergtoppen en diepe dalen bewandeld, in één enkele dag. Maar het is de gretigheid die hem ontsteekt, de gretigheid om het leven zelf uit te putten en van elke dag op z’n minst een grote show te maken.

Hij is uitzonderlijk en creatief hoogbegaafd, en de gigantische, wonderlijke wereld ligt aan zijn kleine, naïeve en ongeduldige voeten. Zo start hij de dag. Elke dag opnieuw.

Alleen heeft die wereld niet altijd de ruimte of het geduld voor zo’n kolkende lavastroom als hij. Zijn ideeën, ellenlange betogen en vrije associaties, zijn alsof-verhalen, zijn tirades, zijn Griekse tragiek, hij raakt eronder bedolven.

En soms raakt de hele klas eronder bedolven.

Het wordt moeilijk dan. Moeilijk en verwarrend. Wanneer hij zich moet afremmen, luisteren, de ideeën archiveren. De lippen op elkaar houden. Dan beginnen de woorden in hem op te stapelen. Het onuitgesprokene woekert in zijn buik, soms tot tranen toe. Dat heeft hij ook met de leerstof. Wanneer de rollen herhalingen voor zijn neus voorbijglijden en hij zich nog met moeite kan concentreren op de cijfertjes die over het papier buitelen, ook dan begint zijn hoofd te bonken, ergens binnenin. Hij kan zich dan niet meer concentreren, want buiten zingt ook een bruine merel – hij is immers dol op vogeltjes – en zag hij daar niet een ekster voorbijvliegen?

In zijn hoofd bonkt de wereld, die zo vol zit, net als zijn hoofd zelf. Daarom wil hij uitvinder worden. Uitvinder van woorden, want er zijn nog heel wat woorden te kort. Om uit te leggen hoe hij zich voelt, hoe hij zich altijd te veel en te weinig voelt, hoe hij altijd overal bovenop staat en onderdoor valt, hoe bang hij is en hoe goed hij het wil doen.

Of misschien kan hij een robot uitvinden om in zijn plaats naar school te gaan. Dat zou hem uit zijn benarde situatie redden. Ja, dat moet hij doen. Zichzelf uit de wereld uitvinden.

———————-

Hoogbegaafdheid begint steeds meer gekend te zijn in het onderwijs en in onze samenleving. Langzamerhand groeit het inzicht dat ook deze kinderen hulp en begeleiding nodig hebben. Maar binnen deze groep bestaat nog een kleinere subgroep die onze aandacht vraagt, de uitzonderlijk hoogbegaafden (IQ +145). UHB-kinderen vinden moeilijk hun weg in het onderwijs en hebben vaak een individueel traject nodig. Examencommissie, huisonderwijs, P-dagen, 2 tot meerdere versnellingen, … het zijn broodnodige ingrepen om deze kinderen aan boord te houden van onze samenleving.

Ze zijn met weinig, slechts 1 op enkele duizenden, en komen dus niet zo vaak peers (ontwikkelingsgelijken) tegen. Vaak krijgen ze al op jonge leeftijd te kampen met eenzaamheid en ondergaan ze een vermoeiende en lastige zoektocht naar een omgeving waarin ze kunnen floreren. Uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen tonen dezelfde eigenschappen als hoogbegaafde kinderen, maar dan in meervoud. Vooral de immense intensiteit is opvallend. UHB’ers komen moeilijk tot stilstand en hebben een zeer rijk en gevoelig innerlijk leven. Prikkels stromen naar binnen, ideeën stromen naar buiten. Ze hebben een hoger bewustzijn en voelen de realiteit ook veel scherper aan. Ze gedijen op complexiteit en voeden zich ermee. Ze blokkeren op eenvoud, herhaling, reproductie.

Een andere indringende eigenschap is de asynchrone ontwikkeling. In UHB’ers huizen verschillende leeftijden. Zo kan een 7-jarige je in weenschappelijke termen uitleggen hoe een zwart gat ontstaat terwijl hij ’s avonds nog met een knuffel het bed induikt en pas kan slapen in de schoot van zijn mama. Een kind kan intellectueel op niveau van een 16-jarige denken, terwijl het zich emotioneel als een 11-jarige gedraagt, fantasie nog niet altijd van realiteit kan onderscheiden, sociaal niet over de noodzakelijke vaardigheden beschikt om met leeftijdsgenoten om te gaan en motorisch achterophinkt. Hoe hoger het IQ, hoe groter de asynchroniteit. En die zorgt er net voor dat UHB-kinderen moeilijk aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten. Vaak zoeken zij vriendschap bij oudere kinderen of volwassenen maar ontbreken dan vaardigheden om een volwaardige, gelijkwaardige vriendschap op te bouwen. Ook daarom is eenzaamheid soms een pijnlijke realiteit voor een groot aantal van deze kinderen.

 

Wil je graag meer weten over deze groep, ga dan zeker een kijkje nemen op www.145plus.net, de vernieuwde website van Ouders van Uitzonderlijke Hoogbegaafde Kinderen. Je vindt er heel wat informatie, artikels, video’s over uitzonderlijke hoogbegaafdheid en de valkuilen waar deze kinderen mee kampen. Binnen Hoogbloeier kan je terecht bij partner en psycholoog Silvie Vancamelbeke. Zij volgt deze groep al jaren op.
Ook Caroline Deneve, Anja Baele, Liesbeth Smets, Inge Van Bogaert & Karine Janssens hebben begeleidingservaring met UHB.

2021-05-29T13:27:30+01:00

Hoogbloeier cvba

Adm.zetel: Tarbotstraat 23 - 9000 Gent

Phone: coachingsnetwerk: 0032 468 09 66 44