Mijn kind weigert uitdagend werk

  • uitdagend werk

Mijn kind weigert uitdagend werk

Na het laatste schoolcontact was je tevreden en gerust. Er werd afgesproken dat je onderpresterende kind voortaan uitgedaagd zou worden met moeilijkere oefeningen, verrijkende leerstof of een plaatsje in de plusklas. Je was blij dat het advies van de hoogbegaafdheidsspecialist gevolgd werd. Nu zou alles goedkomen, toch?

Ze wil het niet maken.”
“Hij kan het niet.”
“Ze zit daar maar en begint niet.”
“Hij zegt dat hij liever het gewone werk wilt doen.”

Daar sta je dan. Je kind krijgt aangepast werk maar gaat er niet mee aan de slag. Er wordt geopperd dat die uitdaging misschien toch niet is wat je kind nodig heeft. Misschien moet er eerst gewerkt worden aan een werkhouding, want die is er nog niet. Of laten we het kind wat meer zelfvertrouwen opdoen met de reguliere leerstof, waar ze geen moeite mee heeft. Jij twijfelt… was dat advies voor meer uitdaging dan toch niet zo’n goed idee? Misschien is het wel een goed idee dat mijn kind eerst leert zich beter te concentreren, netjes en gestructureerd te werken, en wat meer zelfvertrouwen opdoet?

Hoe goedbedoeld de reactie van de leerkracht ook is, toch is het belangrijk door te zetten met uitdagend werk voor cognitief sterke kinderen. Uitdagend werk zal er net voor zorgen dat die werkhouding ontwikkeld kan worden. Zolang de leerstof en oefenstof te gemakkelijk is, heeft het kind geen werkhouding nodig. Ook al verliest het kind tijd met dagdromen, prullen of babbelen, dan worden de oefeningen nog heel snel ingevuld wanneer de leerkracht zegt dat de tijd bijna om is. De opdracht aandachtig lezen is vaak ook niet nodig, want je kind ziet meestal aan de oefening zelf wat er moet gebeuren. Pas als de leerstof net moeilijk genoeg is, zal het kind een werkhouding nodig hebben om tot een goed resultaat te komen.

Maar dan is er nog de onwil natuurlijk, het kind wil niet aan de slag of zegt dat het te moeilijk is. Het is belangrijk dat we ons even verplaatsen in het kind. Tot nu toe ging alles vanzelf, werd alle leerstof meteen begrepen, ondervond het kind geen enkele moeite met het maken van de oefeningen, en moest het kind nooit om hulp vragen. Deze ervaringen voeden het fixed mindset idee van het kind dat het slim is. Maar zo gauw dat het kind leerstof tegenkomt waar het niet vanzelf gaat is dit enorm confronterend voor het kind. Hulp vragen, iets niet begrijpen, fouten maken, … dat klopt niet met het beeld het kind van zichzelf heeft.

Vanuit een vaste mindset zal het kind die moeilijkere leerstof liever uit de weg gaan. Want zolang als het kind geen fouten maakt en geen hulp hoeft te vragen, worden de vaste ideeën die het kind over zijn/haar intelligentie en kwaliteiten heeft niet in vraag gesteld. Door de vaste mindset heeft het kind de foute overtuiging dat hulp vragen en fouten maken gelijk staat aan dom zijn. Hij of zij zal er dan ook alles aan doen om dat ongemak, die gevoelens van faalangst en onzekerheid te vermijden.

Het is op dat moment dan ook enorm belangrijk dat er doorgezet wordt. Zeker in het begin mag je serieus wat weerwerk en tegenstand verwachten van het kind. Het is dan ook nodig dat de omgeving – ouders en leerkrachten – voor de juiste ondersteuning zorgen zodat het kind op een veilige manier de leerzone kan ontdekken.

1. Zorg voor een stimulerende leeromgeving

Zorg voor een omgeving waarin leren en groei aangemoedigd wordt, waarin fouten maken gezien wordt als een noodzakelijk positief onderdeel van het leerproces, waarin inspanning belangrijker is dan resultaat. Zorg dat het kind aangemoedigd wordt om hulp te vragen en neem tijd voor feedback.

2. Breng het kind in de leerzone

Hou er rekening mee dat de leerzone van de onderpresterende leerling heel krap is en uitgerokken dient te worden. Door veel te veel tijd te spenderen in de comfortzone wordt de leerzone heel klein en komt de leerling nogal snel in de paniekzone terecht. Het is hier nodig om materiaal te zoeken dat overeenkomt met de leerzone van het kind en die zone te gaan stretchen zodat het kind niet zo snel meer in de paniekzone terechtkomt.

3. Spreek de sterktes van het kind aan

Echt leren gaat gepaard met ongemak, en dat zijn deze onderpresterende kinderen niet gewend. Echt leren beangstigt hen. Om hen te motiveren en stimuleren kan het erg helpend zijn te starten vanuit hun sterktes en interesses. Laat hen beginnen met moeilijker werk in gebieden waar ze het meest zelfvertrouwen in hebben en waarvoor ze gemotiveerd zijn om te leren. De opgedane leerervaringen kunnen later gebruikt worden op vlakken die hen minder liggen.

De juiste ondersteuning thuis en op school helpt vaak om het onderpresteren om te keren. Lukt dit niet, dan is het steeds mogelijk om met gespecialiseerde begeleiding aan de slag te gaan om het onderpresteergedrag aan te pakken.

 

Copyright © 2020 Tamara Straetemans, zaakvoerder Altamente. – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.

2020-10-27T10:13:41+01:00

Hoogbloeier cvba

Adm.zetel: Tarbotstraat 23 - 9000 Gent

Phone: coachingsnetwerk: 0032 468 09 66 44