De vele gezichten van hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen

Niet elke hoogbegaafde gaat op dezelfde manier om met prestaties. De ene wordt er gelukkig van, de ander zet zich pas in als hij er het nut van inziet en nog een ander kan niet om met hoge verwachtingen. In dit baanbrekende boek leggen hoogbegaafdheidsexperts Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx de vele valkuilen bloot die aanwezig talent kunnen fnuiken. Maar ze reiken ook concrete tools aan die hoogbegaafden kunnen helpen om hun talenten te laten floreren en gelukkiger in het leven te staan.

De auteurs:

Prof. Dr. Tessa Kieboom leidt Exentra, het expertisecentrum rond hoogbegaafdheid in Antwerpen, waar jaarlijks vele honderden kinderen en volwassenen worden begeleid. Daarnaast coördineert ze mee de leerstoel Hoogbegaafdheid aan de Universiteit Hasselt.

Prof. dr. ir. Kathleen Venderickx is medezaakvoerder van Exentra.

Recensie:

Met plezier heb ik dit boek over hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen gelezen. Om eerlijk te zijn, vind ik dit het beste boek dat Tessa Kieboom geschreven heeft (waarmee ik echter Kathleen Venderickx niet wil vergeten als co-auteur). Vooral de vergelijking van hoogbegaafdheid met topsport is er eentje waardoor – hoop ik toch – wellicht meer mensen hoogbegaafd gedrag gaan begrijpen.

Wie al wat meer kennis heeft van hoogbegaafdheid, kan best het eerste hoofdstuk overslaan. De kans is groot dat je in dat hoofdstuk niets nieuws leest. Wil je het wel lezen, dan zullen de voorbeelden die gegeven worden en specifiek gericht zijn op volwassen, je reeds gevormde kennis eens op een andere manier laten bekijken.

Topsport is een opportuniteit, hoogbegaafdheid een probleem! De vergelijking met topsport is wel al meer gemaakt. Ook prof. James J. Gallagher (University of North Carolina, 2003) vergeleek geregeld intellectuele leerlingen met topsportstudenten: “Er werd aan een lokaal schoolbestuur gevraagd om tegemoet te komen aan de noden van een groep exceptionele leerlingen nl. om hen te voorzien van extra transport, speciaal aangepast materiaal, speciaal opgeleide instructeurs en time-out van de reguliere lessen. Het schoolbestuur weigerde, totdat ze te weten kwamen waarin die groep studenten zo uitzonderlijk was: het football-team van de school!” Ja, er wordt anders gekeken naar fysiek talent dan naar cognitief talent. Maar als we het eens naast elkaar leggen, zoals in dit boek wordt gedaan, dan kunnen we er veel van leren.

Duidelijk is dat hoogbegaafdheid een talent is dat ook ontwikkeld en begeleid moet worden. Maar door het anders-zijn en anders-denken, komen hoogbegaafden vaak problemen tegen. Die valkuilen, barrières of hindernissen worden in het boek ‘embodio’s’ genoemd, een term die niet meteen terug te vinden is in de dikke Van Dale. De reden waarom voor een ongekend woord als embodio is gekozen en niet voor valkuil of hindernis, is me niet echt duidelijk. Het lijkt in eerste instantie wat raar om die term te gebruiken, maar naarmate je meer in het boek leest, wordt het wel wat vertrouwder. Dit hoofdstuk geeft een mooi overzicht van verschillende valkuilen waarin hoogbegaafde jongeren en volwassenen kunnen trappen.

Er zijn al heel wat modellen die hoogbegaafde onderpresteerders en presteerders met elkaar vergelijken en categoriseren. In het vierde hoofdstuk van het boek wordt er nog een model aan toegevoegd: de hoogbegaafdheidsmatrix Kieboom-Venderickx. Dit nieuwe model is echter verwarrend voor iemand die reeds vertrouwd is met de profielen van Betts en Neihart voor hoogbegaafde leerlingen. Ook zij spreken van een zelfstandige, autonome hoogbegaafde, maar deze zelfstandige komt niet overeen met de zelfstandige in het nieuwe model van Kieboom en Venderickx. De types in dit laatste model lijken allemaal een negatief kantje te hebben, terwijl bij Betts en Neihart de zelfstandig, autonome leerling het profiel is waar we elke hoogbegaafde leerling naartoe willen loodsen.

In het volgende hoofdstuk over embodiotraining blijf je wat op je honger zitten. Je verwacht meteen handvatten te krijgen om elke hindernis tot een goed einde te brengen, maar het blijft een beetje bij algemene richtlijnen die weliswaar een basis zijn om een goede begeleiding aan hoogbegaafden te kunnen geven. Ergens is dit ook verstaanbaar, je kan geen handelingsplannen op maat maken in een algemeen boek. Een klant moet je eerst gezien en uitgebreid gehoord hebben vooraleer je kan ontdekken met welke hindernissen die persoon te kampen heeft. Pas dan kan je een aangepast handelingsplan geven voor de embodio’s waaraan gewerkt moet worden. En dit is voor elk individu anders. Vandaar wellicht de eerder algemene basisrichtlijnen.

Het boek leest vlot en geeft een heel goede inkijk in de valkuilen van hoogbegaafde jongeren en volwassenen. Door vele voorbeelden ertussenin te plaatsen wordt het heel erg duidelijk en ben je helemaal mee. Vooral het overzicht aan embodio’s vind ik noodzakelijke kennis voor begeleiders van deze hoogbegaafde (jong)volwassenen en het kan een mogelijk inzicht geven aan deze (jong)volwassenen zelf. Dus, ik raad iedereen die met deze doelgroep werkt of ertoe behoort, het boek heel erg aan.

Sabine Sypré, 2018.

Meer dan intelligent, Kieboom & Venderickx

Titel:
Meer dan intelligent
De vele gezichten van hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen

Auteur:
Tessa Kieboom
Kathleen Venderickx

Uitgeverij:
Uitgeverij Lannoo, Tielt, ©2017

ISBN:
978-94-0144-688-4

Bestel uw boek hier!