Faalangst of …. STRAALANGST?

  • Straalangst

Faalangst of …. STRAALANGST?

Wie zich al een beetje heeft ingelezen over hoogbegaafdheid, weet dat deze individuen een risicogroep vormen voor het ontwikkelen van een vaste mindset, en dit al van in de prille kindertijd: net door hun groot (cognitief) potentieel ervaren hoogbegaafde kinderen in vergelijking met leeftijdsgenoten veel minder kansen om te leren omgaan met faalervaringen. Ze hebben vaak onvoldoende kunnen leren dat een verhoogde inspanning, doorzetten, hulp vragen, fouten maken,… wezenlijk eigen zijn aan een leerproces.  Uiteraard leren hoogbegaafde kinderen nieuwe dingen bij, heel wat zelfs, maar dit gebeurt veelal informeel, spelenderwijs, zonder de koppeling aan bewuste inspanning.

Formeel leren daarentegen, start met een ervaring als ‘dit is moeilijk, ik begrijp er nog niks van’, waarna er stap voor stap grenzen worden verlegd -met vallen en weer opstaan en weer vallen- en men uiteindelijk toch voelt dat er vorderingen worden gemaakt. Formeel leren verloopt in fases, daar waar net het leerpotentieel van veel hoogbegaafden dusdanig hoog ligt dat er van deze fases op cognitief vlak amper sprake is. Ze leren  veelal -zeker op jonge leeftijd- ‘vanzelf’, zonder een tandje te moeten bijsteken. Wanneer hoogbegaafde kinderen toch eens ‘botsen’ (bij de overgang naar het middelbaar bijvoorbeeld), is dit voor velen dusdanig nieuw, dat de kans reël is dat er een emotionele dynamiek optreedt: de ervaring wordt negatief ingekleurd en vermeden. Een terughoudendheid voor een formeel leerproces ontstaat en een vaste mindset is geboren. Faalangst steekt de kop op. Het gaat hier dus nooit om ‘luiheid’ of niet kunnen of willen, maar om een niet durven aangaan van wat moeilijk oogt.

Wanneer we aandringen op uitdaging, op school maar zeker ook daarbuiten, is het net om deze emotionele dynamiek voor te zijn. Compacten, verrijken, verdiepen maar ook versnellen zijn geen zoethoudertjes, geen lapmiddeltjes om verveling tegen te gaan, maar doelgerichte interventies om de kansen op een formeel leerproces, op ‘botsen’ te verhogen. Op die manier kunnen ook hoogbegaafde kinderen leren ervaren dat foutjes maken, oefenen, doorzetten en inspanningen leveren héél normaal zijn als je beter wil worden in iets en dat het niet iets is om bang voor te zijn.  Door in te zetten op uitdaging wordt de angst voor een formeel leerproces aangepakt en worden inspanningen genormaliseerd. Welkom groeimindset…

En toch…

Toch merk ik in de praktijk – bij hoogbegaafde kinderen maar eigenlijk nog meer bij volwassenen- dat een vaste mindset, faalangst, perfectionisme,… onvoldoende de lading dekken of zelfs onterecht worden ingeroepen om een moeizaam lopend (groei)proces te verklaren. Uiteraard zijn er meerdere factoren die het welslagen van onze intenties, doelen en wensen bepalen: geloof in jezelf, een ondersteunend netwerk, vertrouwen in de (meer)waarde van wat je wil verwezenlijken, skills, kunnen omgaan met tegenslagen, toeval (ook al geloof ik daar niet echt in 😉 ) maar ook, en daar wilde ik toe komen: de durf om succesvol te zijn in wat je doet.

Soms is de angst voor succes namelijk veel en véél groter dan de angst om te falen (read that again).  Succes brengt verandering met zich mee, zichtbaarheid misschien ook, daar waar een faalervaring je gewoon –mits misschien wat ontgoocheling- weer terugbrengt naar je oorspronkelijke comfortzone. Bij succes word je als het ware gedwongen om een stap vooruit te zetten, en net dàt kan –hoe gegeerd ook- heel beangstigend zijn voor velen.

Cultureel antropologe Sandra Leefmans heeft het in haar boek ‘Te slim om te slagen’ over ‘succesangst’ bij hoogbegaafden. Op het moment dat je doelen kunt stellen, kun je angst hebben om dat doel niet te behalen, dat is faalangst. Je kan echter ook angst hebben dat doel wél te behalen, dat is succesangst. Jouw eigen belemmerende gedachten over succes kunnen ervoor zorgen dat je succes vreest en uit de weg gaat.

Soms kan dit een bewuste keuze zijn: dankzij Carol Dweck focussen we meer op proces dan op resultaat, leren we om plezier te hebben in de weg naar ons doel toe. Dit kan de verwachting creëren dat na succes de ontwikkeling stopt en er een soort ‘saaie stilstand’ ontstaat. Maar ook de angst om, eenmaal succesvol, een bepaald hoog niveau te moeten aanhouden, kan belemmerend zijn. Of mensen hebben de idee dat met succes ook grotere verantwoordelijkheden worden binnengehaald, wat verstikkend kan werken. Bij succesangst als bewuste keuze zal je afwegen of het succes jou al die bijkomende ‘rompslomp’ wel waard is.

Maar ook op onbewust niveau kan succesangst meespelen geeft Leefmans aan: mensen zijn sociale wezens en hebben ook sociale doelen. ‘Erbij horen’ is evolutionair gezien een belangrijke overlevingsstrategie (‘Samen staan we sterk’). Wanneer je redeneert vanuit de overtuiging dat individueel succes, ‘ik doe het beter’, impliceert dat de ander het slechter zou doen, kan je jezelf gaan tegenhouden om succes te hebben. Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich ‘anders’, vertonen een hoge nood om bij een groep te horen én zijn zeer sensitief voor de belevingswereld van de mensen rondom zich.  Zij willen veelal vermijden dat de ander een slecht gevoel krijgt door hun eigen succes: ze passen zich aan, mogelijks om de ander te sparen of vanuit de onderliggende behoefte om deel uit te maken van een systeem. Bijna nooit wordt er hier bewust gekozen om slechter te presteren, toch is het gemiddeld presteren, en zo niet opvallen, een vaak onbewuste strategie om erbij te –blijven- horen.

Succesangst kan ook ontstaan vanuit een negatief zelfbeeld: ‘succes’ hoort niet bij een negatieve overtuiging over zichzelf. Negatieve ervaringen en persoonlijke kritiek kunnen je zelfbeeld erg donker kleuren. Lof op de persoon en overdreven lof op het resultaat kunnen dat trouwens ook. Een positief resultaat na een negatieve verwachting kan zoveel angst en onrust oproepen dat iemand zijn of haar sterk resultaat naar beneden bijstelt om het ervaren spanningsniveau opnieuw te normaliseren.

Succesangst kan zich op velerlei wijzen tonen: je kan succes gaan vermijden door te gaan doen waar je slecht in bent (niet vanuit een groeimindset dus i.f.v. beter te worden in iets, maar net om niet nòg meer uit te blinken in datgene waarin je al excelleert), door onder te presteren en door uit te stellen. Je kan succes ook saboteren of jezelf saboteren. Ook bij een externe locus of control leg je de oorzaak van zowel succes als falen buiten jezelf. Zolang jij niet de oorzaak van succes in eigen hand hebt, is het lastig dit na te streven.

Het tentoonspreiden van de eigen (kleine) imperfecties, kwetsbaarheden en het eigen falen is ook een goede manier om succes niet te ervaren. Perfectionisme is zelfs een zéér effectieve manier om nooit succes te hoeven ervaren wanneer je het door deze bril bekijkt. Kwetsbaarheid is een ontzettend grote en mooie kracht waar de wereld van vandaag een enorme nood aan heeft -versta me dus zeker niet verkeerd- maar hoed jezelf dat je het niet hanteert als copingmechanisme om je eigen ‘shine’ te gaan ondermijnen.

In het Hebreeuws bestaan er in dit verband verschillende woorden voor ‘angst’, leerde ik bij Tara Mohr (auteur van het boek ‘Playing Big’).

‘Pachad’ betekent ‘geprojecteerde of ingebeelde angst’, de ‘angst waarvan het voorwerp enkel in onze gedachten bestaat’. In hedendaagse termen wil dit zeggen dat het een angst betreft die we zouden kunnen beschouwen als overreactief en irrationeel. Angst die haar diepe oorsprong vindt in het ‘reptielenbrein’: de angst voor een dusdanig vreselijke afwijzing die ons zal vernietigen of de angst om simpelweg te zullen verbranden wanneer we uit onze comfortzone stappen.

Echter, er bestaat ook nog een ander Hebreeuws woord voor angst, namelijk ‘yirah’. Yirah wordt omschreven als de angst die we voelen wanneer we plotseling merken dat we over aanzienlijk meer energie beschikken dan we gewend zijn, een energie die zoveel omvangrijker is dan we normaalgezien ervaren. Als je je ‘roeping’ hebt gevoeld, een authentieke droom voor je leven hebt mogen ontdekken, of een diepe innerlijke inspiratie hebt mogen ervaren rond een project of een idee, dan herken je je misschien in deze omschrijving.

Vaak worden beide betekenissen met elkaar verward en hebben we het in ons dagdagelijks discours eenvoudigweg over ‘angst’. Beter is het om het onderscheid bewust gewaar te blijven, zodat we er effectiever mee kunnen omgaan. Stel jezelf bijvoorbeeld de vraag wanneer je je in een situatie bevindt die angst genereert:

– Welk deel van deze angst is pachad? Schrijf de ingebeelde gevolgen op waar je bang voor bent. Herinner jezelf eraan dat het producten zijn van je eigen denken en niet noodzakelijk gelinkt aan een reële uitkomst.

– Maar vraag jezelf ook af, welk deel van mijn angst is yirah, en geniet ervan. Je zal yirah herkennen omdat het een zweem van opwinding en ontzag met zich meebrengt, daar waar pachad een gevoel van bedreiging en paniek veroorzaakt. Probeer te zoeken en je over te geven aan de roep van yirah, hoe beangstigend deze ook kan zijn, want:

“Nothing can dim the light, that shines from within” (Maya Angelou)

 

Heeft je kind of heb jijzelf last van faalangst en/of succesangst en wil je hier graag mee aan de slag? Neem gerust contact op met een van de Hoogbloeier-partners in je buurt. Voel je welkom, wij zoeken graag met je mee. 

 

Isabel – psychologe en gezinstherapeute bij praktijk Prins Jonathan

2020-08-24T09:02:17+01:00

Hoogbloeier cvba

Adm.zetel: Tarbotstraat 23 - 9000 Gent

Phone: coachingsnetwerk: 0032 468 09 66 44