Welke types van hoogbegaafde leerlingen herken jij in je klas?

Je kent wel de ideale leerling die iedereen in zijn klas wil hebben. Een braaf hoogbegaafd kind dat goed meewerkt, mooie punten haalt, zijn werk netjes en nauwkeurig afmaakt en geliefd is bij zowel leerkracht als leerlingen. Zo’n kind waarvan je denkt: ‘Die zal er wel komen!’

Dit is het beeld dat de meeste leerkrachten hebben van hoogbegaafde leerlingen. Maar dan maak je een grote vergissing… er zijn nog 5 andere types van hoogbegaafde kinderen te herkennen in de klas.

Welke types van hoogbegaafde leerlingen bestaan er?
Hoe kun je ze herkennen?
Kan je zomaar elke begeleiding toepassen op een hoogbegaafde leerling?
En indien neen, welke begeleiding past er dan best bij het specifieke type leerling?

De succesvolle leerling

Dit is dus de leerling die elke leerkracht in zijn klas wil hebben: een braaf kind dat goed meewerkt, mooie resultaten behaalt, steeds zijn werk nauwkeurig en netjes afmaakt. Dit kind is geliefd bij zowel de leerkracht als zijn medeleerlingen. Dit is het beeld dat de meeste onderwijzers hebben van een hoogbegaafde leerling. Het gevaar schuilt echter in een hoekje: je denkt al snel dat dit kind er wel zal komen en dat het geen speciale noden heeft.

Maar als je even dieper gaat kijken dan kan je zien dat dit kind steeds naar bevestiging zoekt, dat het eigenlijk wel faalangst heeft en geen fouten durft maken. Dit kind heeft last van een perfectionisme dat het zichzelf oplegt. Je zult zien dat hij vooral angst heeft om nieuwe dingen te ontdekken, dat zij bang is voor het onbekende. En dus zeker ook voor uitdagingen die het bijgevolg gaat mijden als de pest!

Dit is een kind dat verrijkingsstof niet gaat aannemen, dat weigert om iets extra’s te gaan doen. Dit is een kind dat reeds geruime tijd vast zit in een vaste mindset (Dweck). Zonder goede begeleiding loopt dit kind gegarandeerd vast, nu niet meteen, maar zeker later in het voortgezet onderwijs. Maar dan wordt het wel een groter probleem om aan te pakken, want tegen die tijd zullen er zeker al een aantal andere problemen zijn bijgekomen.

Deze succesvolle leerling heeft dus nood aan een rolmodel, aan een andere zelfstandige leerling die niet bang is om fouten te maken, aan een leerling die in een groeimindset zit en dit kind kan meetrekken. Daarnaast is het nodig dat de leerkracht heel veel vertrouwen biedt, die een mentor kan zijn en borg staat voor een veilige omgeving in de klas. Wanneer je zou starten met verrijking, zorg dan voor uitdagende opdrachten die leuk zijn en gegeven worden in een vrolijke en lichte sfeer.

De uitdagende leerling

En dit is dan weer de leerling die je stiekem liever niet in de klas wilt: een uitdager die niet kan stilzitten, die er de antwoorden te pas en te onpas uitflapt, die weigert om bepaalde dingen te doen, die je in de rede valt, die steeds weer de fout op het bord ziet staan en dit ook meteen in de klas roept. Dit is een leerling vol energie die heel veel aandacht opeist. Een leerling waarbij je meteen aan een gedrags-stoornis gaat denken.

Het gevolg is dat je dit kind steeds weer tot de orde gaat roepen. ‘Zit stil!’, ‘Wees stil!’, ‘Zit recht!’, ‘Vergeet dit niet!’ Maar het kind kan niet stilzitten, zwijgen en mooi beheerst en braaf wezen. Met als gevolg dat je gaat straffen en nog meer gaat straffen. En zo ontstaat er een machtsstrijd die geen van beide partijen kan winnen. Straffen helpt helemaal niet, integen-deel, het gedrag verergert nog!

Maar als je ook nu weer even dieper gaat kijken, dan zie je een kind dat eigenlijk wel heel creatief is, dat dingen gaat uitvinden, dat grappig is en de klas entertaint. Het is een echte out-of-the-box-denker. Moedig dan ook deze creativiteit aan, die vindingrijkheid en originele manier van denken!

Deze leerling heeft vooral nood aan erkenning door de leerkracht: ‘ik zie dat je slim bent en we gaan op zoek naar geschikt verrijkings-materiaal voor jou, maar er is wel een afspraak: jij gaat je zelfbeheersing oefenen zodat je de les niet meer stoort!’ Dit soort contracten waarbij beide partijen achter staan kunnen een tool zijn om het gedrag van het kind beheersbaar te houden. Plaats dit kind ook bij een passende leerkracht die tolerant kan zijn, die een beetje uitdaging en storend gedrag kan verdragen in zijn klas. En wanneer je aan verrijkingsstof denkt, doe je dit best in de vorm van uitdagende projecten samen met andere kinderen die wel goed kunnen samenwerken met deze leerling. Maar maak vooral goede afspraken!

De onderduikende leerling

Net zoals de succesvolle leerling zich gaat aanpassen om bij de groep te horen, maar toch nog goeie punten wil, zal ook deze leerling bij de groep willen horen, maar dan door sociale aanpassing. Zijn resultaten kunnen dan ook heel slecht zijn als dit niet hoort binnen die sociale groep. Dit is een kind dat niet hoogbegaafd of nerd genoemd wil worden en het gaat dan ook alles afwijzen dat maar enigszins in die richting wijst. Uitdagende leerstof, verrijkingsopdrachten noch plusklas zal het aannemen: dit kind wil vooral niet opvallen!

Het gevaar zit erin dat je dit kind dan ook niet opmerkt in de klas, dat je er niet eens aan zal denken dat dit kind ook wel eens hoogbegaafd zou kunnen zijn. En toch zijn er momenten waarop het zijn ware aard laat zien. Misschien doet het buiten school wel bijzondere dingen die je te weten komt via de ouders, of het heeft vooral vrienden onder de slimmere leerlingen van zijn klas. Meestal zijn het dan ook de ouders die voor het eerst, schoorvoetend veelal, de vraag stellen of hun kind misschien hoogbegaafd kan zijn; een vermoeden dat dikwijls bevestigd wordt door het afnemen van een IQ-test. Maar als deze leerling niet (op tijd) ontdekt wordt, komt het zeker terecht in een volgende type hoogbegaafde leerling nl. de drop-out wat de mogelijkheid om het onderpresteren terug te draaien nog veel moeilijker maakt.

Dit kind heeft vooral nood aan een omgeving van ontwikkelingsgelijken, aan peers die het kan vinden in buitenschoolse activiteiten zoals schaakclub, sterrenclub of een vereniging voor hoogbegaafde kinderen. Een kangoeroe- of plusklas kan dit ook bieden.

Als je dit kind echter verrijking gaat aanbieden, zorg er dan vooral voor dat het leuke opdrachten zijn én dat het dit vooral niet alleen moet doen, maar samen met een aantal andere kinderen kan werken zodat het niet opvalt. Moedig dit kind ook aan in zijn capaciteiten, versterk wat er al is. En tenslotte geef je dit kind best ook inzicht mee in wat hoog-begaafdheid is, wat vaste en groeimindset zijn en hoe onderpresteren zich manifesteert.

De dubbel bijzondere leerling

Dit is de twice-exceptional, zoals het in het Engels meestal wordt genoemd: een kind dat én hoogbegaafd is én een stoornis heeft. Dit kan een gedragsstoornis zijn (ADHD, ASS, ADD, OCD,…) of een leerstoornis (dyslexie, dyspraxie, dysorthografie, dyscalculie,…) of een handicap (auditief beperkt, slechtziend,…).  Als leerkracht zie je gemiddelde tot zwakke leerling met wisselende prestaties. Hij of zij is helemaal niet goed georganiseerd, heeft steeds hulp nodig en kan zich niet bij de taak houden. Ze voelen zich vaak dom en worden ook constant onderschat. Verrijking of een kangoeroeklas is dan ook het laatste waar je aan denkt.

Het grote probleem bij deze kinderen is dat ofwel de leer- of gedragsstoornis wel wordt opgemerkt, maar de hoogbegaafdheid niet; ofwel de hoogbegaafdheid de stoornis verdoezelt en aldus geen van beide wordt opgemerkt. Het is best mogelijk dat het kind, net omdat het zo vindingrijk is, al heel wat copingmechanismen ontwikkeld heeft en zo zijn obstakels kan omzeilen. Veelal gebeurt het dan pas in het voortgezet/secundair onderwijs dat de stoornis uiteindelijk ontdekt wordt.

Dit kind heeft nood aan een individuele begeleiding i.v.m. zijn leer- of gedragsstoornis of handicap (GON-begeleiding, logopedie,…). Het is daarenboven ook noodzakelijk dat ook voor deze kinderen, ook al zijn ze hoog-begaafd, aanpassingen voor de stoornis worden toegelaten (Sticordi-maatregelen). Daarnaast moet er òòk aandacht zijn voor de hoogbegaafdheid van het kind: daag het uit op zijn sterke gebieden en bevestig het kind hierin! Ga dus bij een kind met bv. dyscalculie geen verdiepingsstof van wiskunde aanbieden, maar laat het wel deelnemen aan een kangoeroegroep.

De risicoleerling

Wanneer nu een succesvolle leerling gaat vastlopen, een uitdagende leerling te kort wordt gehouden, een onderduikende leerling al te lang is ondergedoken of een leerling met extra gedrags- of leerprobleem niet meer functioneert op school… dan gaan ze het opgeven en is er gevaar voor volledig uitvallen.

Meestal wordt al vroeg het watervalsysteem ingezet: van Latijn in het 1ste middelbaar, naar Moderne, naar technische, naar… geen diploma! Dit moeten we uiteraard trachten te vermijden.

Dit is een leerling die gaat spijbelen, die onvoldoendes haalt, die niet werkt voor school, die afspraken vergeet, die huiswerk vergeet, die taken niet op tijd af heeft enz. Deze leerling legt de verantwoordelijkheid voor zijn taken nooit bij zichzelf, maar zoekt steeds excuses buiten zichzelf. Hij of zij voelt zich boos, verontwaardigd, depressief, ongeaccepteerd, ongemotiveerd en reageert steeds defensief.

Voor deze leerling moet je professionele hulp gaan zoeken: psychologische begeleiding, het stellen van een diagnose,… Daarnaast kan de school wel hulp bieden op vlak van studie-vaardigheden. Begeleiding door een leerkracht om te kijken waar hiaten in de leerstof zitten is aangewezen. Dit kind is voorlopig geenszins gebaat bij verrijking, dit moet even achterwege blijven.

De zelfstandige leerling

Hierboven hebben we vijf types van hoog-begaafde leerlingen beschreven waar ‘een hoekje van af is’. De bedoeling is dat we elke leerling laten evolueren naar het laatste profiel: de zelfsturende, autonome leerling.

Als alles goed gaat, krijg je deze leerling die zegt: ‘Ik weet dat ik meer kan dan andere kinderen in mijn klas. Kunt u voor mij zorgen voor moeilijker werk? Dan kan ik harder werken. Ik wil leren!’

Dit kind heeft een realistisch zelfbeeld, weet wat hij/zij kan en kent en ook wat het wil. Het heeft inzicht in zichzelf en aanvaardt zichzelf zoals het is. Dit kind weet dat zijn hoog-begaafdheid een deel van zijn identiteit vormt en kan ermee om. Het zoekt zelf de uitdaging op, het wil moeilijker dingen leren, het zet door, verdraagt feedback, heeft veel zelfvertrouwen, komt voor zichzelf op, durft falen… Het wil vooral leren! Dit kind is het prototype van een groeimindset.

Maar… dit kind heeft nood aan méér hulp, niet minder!! Het heeft een mentor nodig die steun biedt en goede feedback kan geven. Dit kind is gebaat bij zowel verrijking, verdieping, versnelling als een kangoeroe- of plusklas en dit moet dan ook worden aangeboden.

Het is van belang te beseffen dat kinderen niet hun hele leven in één begaafdheidsprofiel zitten. Een kind kan verschuiven van het ene profiel naar het andere, maar steeds moeten we trachten het kind te ontwikkelen tot het in het laatste profiel zit zodat het zijn hoog-begaafdheid volledig erkent en als sterkte ziet.

Herziene profielen van Betts & Neihart (1988).
Davidson Institute. Profiles of the gifted and talented
Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.