Wie van beide hoort thuis in de kangoeroeklas?

Een juf belt me na school voor advies. Ze vertelt me nogal geanimeerd over een jongen die ze in haar klas heeft en waar ze momenteel voor blok staat door een e-mail van de ouders. Ze weet niet goed hoe ze erop moet reageren en vraagt me of ik haar kan helpen met het formuleren van een antwoord.

Iets meer dan een maand geleden, vroeg ze aan de medewerker van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding om een kind in haar klas te testen op hoogbegaafdheid. Ze zag in dit kind een aantal eigenschappen die hem van de rest van de klas onderscheidde op een manier die ze sterk verwachtte bij een hoogbegaafde leerling. Nadat ze goed had genoteerd wat ze bij dit kind observeerde, nam ze met de ouders contact op en meldde hen dat de jonge Mathis best wordt getest om misschien te kunnen deelnemen aan de kangoeroeklas van de school.

Natuurlijk waren de ouders aangenaam verrast en van zodra het CLB van hen de toestemming kreeg om Mathis te testen, zijn ze begonnen met de procedure. Mathis werd getest, er werden vragenlijsten omtrent gedragsproblemen gegeven aan de ouders en de leerkracht, en zijn toetsen en huiswerk werden geëvalueerd. Een paar weken later werd met het zorgteam besproken of hij kon worden toegelaten tot de kangoeroeklas.

Uiteindelijk was Mathis niet geïdentificeerd als hoogbegaafd. En dit is de reden waarom de jonge leerkracht zich nu gevangen voelt. Het was zij die in de eerste plaats het verzoek uitte om Mathis door het diagnosticeringsproces te halen, het was zij die de ouders vertelde dat hun kind speciaal was op een bepaalde manier, zij die de ouders het idee gaf dat hun kind misschien wel hoogbegaafd kon zijn. En nu het vermoeden niet bevestigd werd, zitten de ouders met vragen die ze per mail aan de juf stelden:

Wat levert het nu op om door heel dit proces te zijn gegaan?
Wat zult u nu doen om Mathis verder te helpen wat betreft uitdaging in de klas?
Moeten we niet een tweede opinie vragen omtrent deze testing?
Wat maakt dat je in de eerste plaats dacht dat Mathis hoogbegaafd kon zijn?

Dat zijn de vragen waarvan de juf vroeg om haar te helpen met het beantwoorden ervan en ik vroeg haar of ik bij een oudergesprek aanwezig kon zijn in plaats van gewoon te replyen. In een één-op-één-gesprek zou ik beter in staat zijn om de resultaten van de testing en de informatie die we hadden verzameld te verduidelijken. Dit is een eerste sleutel om de verwarring bij deze ouders weg te nemen.

Maar het oudergesprek biedt me ook de kans om nog iets anders te doen dat net zo belangrijk is. Met de ouders en de leerkracht aanwezig, kan ik hen een zeker onderscheid uitleggen dat aan de basis ligt van de spanning die zowel leerkracht als ouders momenteel voelen en dan met name het gebrek aan inzicht in dit onderscheid: het (her)kennen van het verschil tussen een slimme leerling en een hoogbegaafde leerling.

Laat eerst één ding duidelijk zijn: er is niets mis met ‘slechts’ een slim kind te zijn! Soms zien we dat ouders wat teleurgesteld zijn als het dan toch niet hoogbegaafd is. Anderen beweren dan weer dat ze net veel liever een gewoon slim kind hebben in plaats van een hoogbegaafd kind omdat de kenmerken die vaak geassocieerd worden met hoogbegaafdheid bijzonder uitdagend en intens kunnen zijn. Vaak zijn het juist de slimme kinderen die beter slagen in een klassieke schoolomgeving. Zij zijn diegenen die aan de verwachtingen voldoen, die de leraar trachten te behagen. Ze werken misschien harder dan hun hoogbegaafde klasgenoten en worden ook geprezen voor die inspanningen. Ze zijn regelmatiger in hun prestaties, krijgen hoge rapportcijfers en werken hun opdrachten ook af. Zowel ouders als leraren zijn blij om deze leerlingen in de klas te hebben.

Maar hoewel deze kwaliteiten heel duidelijk kunnen zijn en ook al lijkt het kind door de reguliere klas te walsen, toch worden deze eigenschappen vaak verkeerdelijk gezien als tekenen van hoogbegaafdheid. Dit onderscheid is de discussie waard. Hieronder vind je een aantal punten waarin we het verschil duidelijk maken. (We spreken hierbij bij het slim kind over ‘zij’ en bij het hoogbegaafde kind over ‘hij’, maar uiteraard kan het ook omgekeerd zijn en wordt hiermee absoluut geen genderstereotypering verondersteld).

  • Een slim kind weet het antwoord; de hoogbegaafde leerling stelt vragen.
    De slimme, bovengemiddelde leerling krijgt zoals eerder vermeld waarschijnlijk veel negens en tienen. Zij onthoudt goed, ze begrijpt veel op een hoog niveau, absorbeert informatie en haar werk is af. Een hoogbegaafde leerling aan de andere kant weet het dikwijls al. Hij heeft een uitstekend geheugen voor details en kent reeds heel veel informatie over het onderwerp al op voorhand. Hij begrijpt de nuances van de leerstof op een meer complexe, diepgaander manier. Waar het slimme kind de kennis over het onderwerp makkelijk aanneemt en onthoudt, zal de hoogbegaafde leerling deze kennis op een eigen manier verwerken om tot unieke conclusies te komen. Mila, het slimme meisje, weet bijvoorbeeld dat dieren zich aanpassen aan hun omgeving. Lucas daarentegen, hoogbegaafd, vraagt zich af of dit nog steeds zo gebeurt bij de mens in eenzelfde tempo als onze technologie zich tegenwoordig ontwikkelt. Lucas kan daardoor geheel uit zichzelf projectjes starten waarin hij deze ideeën gaat verkennen, terwijl Mila de door de leraar gevraagde opdrachten op een efficiënte en nauwkeurige manier afwerkt. Het is waar dat het slimme kind presteert op een niveau waarbij zij hoort bij de top van de klas. Maar de hoogbegaafde leerling, die valt daar helemaal buiten.

  • Een knap kind werkt hard om iets te bereiken; de hoogbegaafde leerling weet het zonder er hard voor te werken.
    Voor een slim kind biedt de gemiddelde leraar precies waar deze leerling naar hunkert: duidelijke verwachtingen, een rechtlijnige methode en een omgeving waarin dit succes geprezen wordt. Terwijl zij de tienen op haar rapport verdient door haar inzet, wordt de hoogbegaafde leerling juist niet of nauwelijks gemotiveerd door cijfers. Waar zij behoefte heeft aan 6 tot 8 herhalingen om iets onder de knie te krijgen, heeft hij er slechts 1 à 2 nodig. Zij houdt zich aan de methode die de leraar haar heeft geleerd en antwoordt nauwkeurig op een vraag, terwijl hij nieuwe methoden bedenkt en origineel is in zijn antwoorden. Zij leert met gemak en heeft wel goede ideeën, want zij is er inderdaad toe in staat – maar het is de hoogbegaafde leerling die in feite de echte intellectueel is door zijn originele manier van denken.

  • Een pienter kind geniet van school; de hoogbegaafde leerling geniet van zélfsturend leren.
    Het slimme kind is geïnteresseerd en aandachtig op school; ze luistert naar de leraar en is ontvankelijk voor wat aangeboden wordt; ze geniet om samen te leren met klasgenoten. De hoogbegaafde leerling, daarentegen, is niet zomaar geïnteresseerd in de manier waarop de seizoenen veranderen: hij is er zéér nieuwsgierig naar. Zij let op door netjes op haar stoel te blijven zitten en haar aandacht op de leraar te vestigen. Maar hij is écht mentaal – en soms ook fysiek – betrokken bij het onderwerp. Hij kan het echt wel moeilijk vinden om te luisteren naar een les over de beweging van de aarde rond de zon zonder zijn handen en armen te gaan bewegen in een ellips. En als de les voorbij is, gaat zij naar haar vrienden; hij geeft de voorkeur aan de leerkracht of een andere volwassene in de ruimte. Of misschien geeft hij er de voorkeur aan om alleen te werken. Zij is ontvankelijk op school; hij kan ronduit intens zijn op school. Zij kan genieten van de leerstof en het tempo; hij kan het alleen maar tolereren.

  • Een intelligent kind heeft een goede verbeelding; de hoogbegaafde leerling gebruikt die verbeelding om te experimenteren met ideeën en gedachten.
    Haar ideeën zijn knap, maar die van hem zijn origineel. Zij kan misschien één alternatieve weg naar een oplossing vinden; hij kan gemakkelijk twee of meer benaderingen van een soortgelijke oplossing tegelijkertijd uit zijn mouw schudden. Omdat zij is slim, kan ze linken leggen tussen losse ideeën; maar hij zal misschien net inzien waarom begrippen niet overeenstemmen en gaat op zoek naar manieren om nog meer verschillen te zien tussen deze concepten. Zij begrijpt een grap, hij vindt ze uit.Hij denkt op zo’n originele en inventieve manier en creëert zo zijn eigen humor omdat hij een beter inzicht heeft in waarom die grap juist werkt.

Dit onderscheid kunnen zien is niet makkelijk. Allereerst is het nodig om hoogbegaafdheid als iets te definiëren dat verder gaat dan alleen maar op een hoog niveau presteren. Vaak zijn hoogbegaafde leerlingen wel goede presteerders, maar wellicht zijn ze het even vaak niet. En dat is de reden waarom het zo belangrijk is om die fijne nuance te leren zien.

Wanneer we samen gaan zitten op het oudergesprek kunnen we de verschillende observatiegegevens en testresultaten gebruiken om samen met de leerkracht uit te pluizen welk soort leerling Mathis nu is, een slimme leerling of hoogbegaafde leerling. Hen deze unieke eigenschappen laten zien en ze linken aan concrete situaties uit de klas van Mathis zelf, is vaak genoeg om, in dit geval althans, te laten inzien dat Mathis wellicht een heel capabele, heel verstandige, maar gewoon slimme leerling is. Vervolgens mag Mathis wel worden uitgedaagd in de klas met moeilijker opdrachten binnen de reguliere leerstof, vaak te vinden in de methode zelf, maar hij heeft geen nood aan verrijkingswerk dat complex denken vergt. Ook hoort hij niet deel te nemen aan de kangoeroeklas omdat hij niet op die originele, complexe, divergente manier denkt zoals hoogbegaafde leerlingen dat doen en hij zal er zich dan ook niet thuisvoelen.

En hoewel hij dan wel niet als een hoogbegaafde leerling wordt geïdentificeerd en daardoor niet zal deelnemen aan de kangoeroeklas, zullen zijn ouders hopelijk beseffen dat gewoon ’slim’ zijn ook iets prachtigs is.

Gebaseerd op Taibbi M.A.T., C.
Psychology todayThe “Bright Child” vs. the “Gifted Learner”: What’s the Difference?
Copyright © 2016 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.