In september zit er een hoogbegaafd kind in je klas!

Ja, ik weet het, de vakantie is amper gestart, maar kom: in september zit er een hoogbegaafd kind in jouw klas. ‘Hmm, hoogbegaafd?’, denk je, ‘ik sta nu al 20 jaar voor de klas en heb nog nooit een echte hoogbegaafde in mijn klas gehad’.
Tja, dat lijkt me een straffe uitspraak. Als je weet dat er statistisch gezien 2 à 3% hoogbegaafden zijn in onze maatschappij, dan zijn ook 2 à 3% van de schoolkinderen hoogbegaafd. Dat is op zijn minst ééntje elke twee klassen als een klas gemiddeld gezien 25 leerlingen bevat. Dus moet jij als leerkracht, in die twintig jaar toch al minstens tien tot vijftien hoogbegaafde kinderen hebben gehad in je klas.

‘Neen, echt niet, ik heb nog nooit een hoogbegaafd kind gezien in mijn klas.’ Aha, maar dat betekent dat je misschien niet wist waar je dan moest naar kijken? Wellicht heb je ze eenvoudigweg niet herkend omdat je de kenmerken van hoogbegaafde leerlingen niet kent.

Laat ik misschien eerst even uitleggen waarom het dan zo belangrijk is dat je hoogbegaafde kinderen leert herkennen in je klas. Het is van groot belang dat we zo vroeg mogelijk gaan signaleren of een kind hoogbegaafd zou kunnen zijn. Hoe vroeger we er bij zijn, hoe vroeger het kind op een gepaste manier kan begeleid worden. Hiermee kunnen we problemen in de toekomst gaan voorkomen. Indien er al signalen zijn van hoogbegaafdheid, maar die worden niet herkend door de leerkracht, dan is de kans groot dat het kind zich gaat aanpassen aan zijn leeftijdsgenoten in zijn klas. Heel vaak gebeurt het dan dat de hoogbegaafdheid niet meer te ontdekken valt. Veelal duurt het amper zes tot zelfs één week tot een kind doorheeft hoe de andere kinderen zich gedragen en wat de leerkracht verwacht. Het kind past zich aan en is daar ook een kei in. Voorbeelden genoeg van ouders die in de klas komen en verbaasd kijken naar de tekening van hun dochtertje. Thuis tekent Aagje al echte kopvoeters en hier hangt een krastekening aan de muur. Of ouders die op een oudercontact verwonderd reageren wanneer de juf zich zorgen maakt omdat Tuur nog niet aan puzzelen toe is. ‘Hoezo, thuis maakt hij puzzels van 50 stukken?!’ Uiteraard is het dan niet eenvoudig om de hoogbegaafdheid bij dit kind nog te gaan zien in je klas.

Andere hoogbegaafde kleuters gaan zich niet aanpassen, maar gaan net heel rebels gedrag vertonen. Het kind voelt zich anders, voelt zich niet begrepen, heeft geen aansluiting met zijn leeftijdsgenoten en gaat daardoor de klas storen. Misschien neemt het speelgoed af van andere kinderen (‘Ik vraag het rode blokje en ik krijg steeds het blauwe blokje! Dan neem ik het zelf maar.’), misschien kan het niet stilzitten en staat te pas en te onpas recht (‘Hé, daar is een vlieg, en die bouwdoos, dat lijkt leuk, en daar stempelletters, ja! en…’), misschien vertikt het om over zijn weekend te vertellen in het kringgesprek (‘We zijn naar Toetanchamon gaan kijken maar niemand hier weet wie dat is, dan zwijg ik liever’) of weigert het om te luisteren naar het verhaal van Rupsje Nooit Genoeg (’Stom verhaal, iedereen weet toch dat een rups in een vlinder verandert?’). De omgeving denkt dan helemaal niet meer aan hoogbegaafdheid, maar aan één of andere gedragsstoornis. Op dat moment is het kind nog slechter af, want het wordt in een richting geduwd waarbij het nog moeilijker wordt om tot een juiste diagnosticering te komen. Het gedrag dat voortkomt uit frustratie wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Het gedrag lijkt dan wel op gedrag van kinderen met autisme, ADHD,… maar komt voort uit frustratie vanwege een niet-(h)erkende hoogbegaafdheid. Misdiagnoses komen hierdoor dikwijls voor.

Zowel in het geval van aanpassingsgedrag of van storend gedrag zal het kind later – vaak in het secundair onderwijs – problemen krijgen op gebied van welbevinden, gedrag, leer- en werkhouding en motivatie en bijgevolg nooit tot zijn volle potentieel komen. Vanuit preventief oogpunt is het dus van groot belang dat de hoogbegaafdheid al van in de kleuterklas gesignaleerd wordt zodat ouders en leerkrachten handvaten krijgen voor de verdere begeleiding van dit kind.

Een klasomgeving die creatief denken stimuleert, die veilig is wanneer je faalt, die uitdagend onderwijs biedt, is een omgeving waar talenten mogen floreren. In zo’n klas zal een kind makkelijker zijn talenten durven tonen dan in een klas die rigide is, waar presteren bovenaan staan en afwijken van het normale nauwelijks is toegestaan. Wanneer jij een leerkracht bent die een veilige omgeving biedt aan zijn leerlingen, dan is de kans groter dat je hoogbegaafdheid bij leerlingen gaat herkennen. Door een combinatie van observatie – en dan vooral eerst weten waar je moet naar kijken – en objectieve evaluaties, kan een leerkracht een beeld vormen van een leerling. Zo zijn verschillende mogelijkheden om hoogbegaafdheid te signaleren bij een kind:
  • Eerst en vooral luisteren naar de ouders. Vraag naar het gedrag van het kind thuis, waarmee en hoe het speelt, hoe het omgaat met andere kinderen, jonger of ouder. Van belang is dat je hen gelooft als ze schoorvoetend met een vermoeden van hoogbegaafdheid komen. Geef ze het voordeel van de twijfel en denk niet meteen ‘Weer een ouder die denkt dat zijn kind hoogbegaafd is.’
  • Observatie in de klas is een tweede belangrijke factor in de identificatie van hoogbegaafde leerlingen. Maar dan moet je wel weten waar je moet naar kijken. Welk gedrag is typisch voor hoogbegaafde kinderen, welke interesses vertonen ze, welke belletjes moeten bij jou gaan rinkelen? Kijk naar de oorzaak achter het gedrag. Hoogbloeier kan jou hierbij helpen om typische kenmerken van hoogbegaafdheid te leren herkennen bij je leerlingen (zie onderaan).
  • Een hoge score op IQ-testen is uiteraard een mogelijke indicatie. Testing hoeft niet per se als uit alle andere observatie behoorlijke vermoedens naar boven komen, maar als een IQ-verslag voorhanden is, neem het wel mee in je beoordeling. En als je testing voorstelt, zorg dat het gebeurt door een psycholoog die vertrouwd is met het testen van hoogbegaafde kinderen.
  • Goede punten op schoolrapporten of A en B-scores op LVS-toetsen (leerlingvolgsysteem) zijn ook een aanwijzing. Maar vergeet niet dat het een mythe is dat alle hoogbegaafde kinderen altijd tienen halen. Als de leerstof te makkelijk is, kan het gebeuren dat het kind geen zin heeft om goed te scoren op een toets. Of het kan door verveling in de klas heel erg afgeleid worden door alles, behalve de leerstof, en zo een aantal leermomenten gemist hebben. Ook dan kunnen er lagere scores te zien zijn op toetsresultaten.
  • Vraag ook de vorige leraar hoe het kind zich in zijn of haar klas gedroeg. Vraag naar anekdotes, naar gebeurtenissen die zijn bijgebleven.
  • Er bestaan ook tal van signaleringsinstrumenten voor scholen, zogenaamde signaleringsprotocollen. In Vlaanderen hebben we het protocol Hoogbegaafdheid van Prodia, gebruikt door de CLB’s, maar vooral in Nederland zijn een aantal protocollen ontwikkeld die werken met vragenlijsten. Zo wordt de leerkracht, de ouders én het kind zelf bevraagd. Hieruit kan een vermoeden enigszins bevestigd worden.
  • Wees je ervan bewust dat we heel snel vooroordelen hebben – meestal onbewust – bij kansarme kinderen, anderstalige kinderen en kinderen met een andere culturele achtergrond. Tracht ervoor te zorgen dat hoogbegaafde en getalenteerde kinderen bij de identificatie niet benadeeld worden door ras, taal, cultuur, socio-economische achtergrond, lichamelijke handicap of ook leer- en gedragsstoornissen.

Hoogbegaafde leerlingen zijn geen homogene groep. Ze verschillen enorm in het tonen van hun talenten, in hun emotionele, sociale en fysieke ontwikkeling. Hun gedrag varieert dus heel erg in de klas. Het zijn niet altijd degenen die hoge punten scoren, die het meest aandachtig zijn of het meest plichtsbewust en nauwkeurig zijn, die hoogbegaafd blijken te zijn. Meer weten over deze diversiteit in de klas? Klik dan eens door naar ons thema ’Types hoogbegaafde leerlingen’.

En… denk je nu nog steeds dat je nog nooit een hoogbegaafde leerling in je klas hebt gehad?

Wil je meer voorbeelden van gedrag van hoogbegaafde leerlingen in je klas, kom dan naar onze nascholing over signaleren van hoogbegaafdheid. Onze medewerker leert je de belletjes die zouden moeten rinkelen met tal van voorbeelden uit onze eigen ervaringen, gecombineerd met kenmerkend gedrag die uit wetenschappelijk onderzoek naar boven kwam.

Zorg ervoor dat je nooit meer een hoogbegaafde leerling mist in jouw klas!

Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.