Waarom lijkt hoogbegaafdheid zoveel op autisme?

Door niet-erkenning van hun hoogbegaafdheid en/of door een inadequate begeleiding vertonen hoogbegaafde kinderen regelmatig gedrag dat sterk gelijkend is op de symptomen van bepaalde psychische syndromen zoals aandachtsstoornissen met of zonder hyperactiviteit (AD(H)D), autisme (ASS), depressie, narcisme of oppositioneel gedrag (ODD). Veel hoogbegaafde kinderen worden dan ook verkeerd gediagnosticeerd met alle gevolgen vandien.

Waarom worden zoveel hoogbegaafden verkeerd gediagnosticeerd?
Hoe komt het dat er zoveel linken te leggen zijn tussen hoogbegaafdheid en autisme, AD(H)D, oppositioneel gedrag, zelfs depressie?
Wat kan Dabrowski hieraan toevoegen?

ASS

Een autismespectrumstoornis (ASS) is een ontwikkelingsstoornis met een neuro-biologische oorzaak waarbij de symptomen op een glijdende schaal kunnen worden beschreven en voor ieder persoon in ernst kunnen verschillen. Het is een hersendysfunctie waardoor deze personen echt anders gaan denken, autistisch denken genoemd. Er is een over- respectievelijk ondergevoeligheid voor allerlei prikkels die in de hersenen binnenkomen en verwerkt moeten worden: hyper- of hyposensitiviteit.

Autisme uit zich vooral in gedrag waar het op drie gebieden verkeerd gaat: in communicatie, in sociale interactie en in verbeelding. Deze drie kenmerken moeten steeds samen voorkomen om over autisme te kunnen spreken. Er moet vooral gekeken worden naar hoe erg deze problemen zijn (kwaliteit) en niet naar hoeveel keer dit gedrag voorkomt in een bepaalde periode (kwantiteit).

Ongeveer 50% van de als autistisch gediagnosticeerde personen hebben eveneens een verstandelijke beperking, maar hier in dit artikel hebben we het over de hoogfunctionerende autistische kinderen, zoals syndroom van Asperger.

DSM-V

Het handboek DSM-V geeft de volgende criteria voor een autistische spectrumstoornis:

A. Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in meerdere contexten, zich manifesterend in alle volgende, momenteel of door geschiedenis:

  1. tekorten in de sociaal-emotionele wederkerigheid; variërend van, bijvoorbeeld: abnormale sociale toenadering en het falen in normale heen-en-weer gesprekken tot het verminderd delen van interesses, emoties of affect; tot falen om sociale interacties te initiëren of beantwoorden
  2. tekorten in non-verbaal communicatieve gedragingen welke gebruikt worden voor sociale interactie; variërend van, bijvoorbeeld: slecht geïntegreerde verbale en non-verbale communicatie tot afwijkingen in oogcontact en lichaamstaal of tekorten in het begrijpen en gebruiken van gebaren; tot een totaal gebrek aan gezichtsuitdrukkingen en non-verbale communicatie
  3.  tekorten in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties; variërend van, bijvoorbeeld: moeilijkheden in het delen van fantasierijk spel of in het maken van vrienden; tot afwezigheid van interesse in leeftijdsgenoten

B. Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, interesees of activiteiten zich manifesterend in het ten minste twee van de volgende, momenteel of door geschiedenis:

  1.  stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak, bijvoorbeeld: eenvoudige bewegingsstereotypieën, oplijnen van speelgoed of draaien van voorwerpen, echolalie, idiosyncratische zinnen
  2. aandringen op gelijkheid, inflexibel vasthouden aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag, bijvoorbeeld: extreme onrust bij kleine veranderingen, moeilijkheden met overgangen, rigide denkpatronen, begroetingsrituelen, nood om dezelfde route te nemen of elke dag hetzelfde voedsel te eten
  3. zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal zijn in intensiteit of focus, bijvoorbeeld: sterke gehechtheid aan of preoccupatie met ongewone voorwerpen, overdreven omschreven of persevererende interesses

C. De symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege kindertijd (maar kunnen soms pas merkbaar worden wanneer sociale eisen de beperkte capaciteit overstijgen of gemaskeerd worden door aangeleerd strategieën in het latere leven)

D. De symptomen leiden tot klinisch significante beperkingen in het sociaal, beroepsmatig functioneren of andere belangrijke terreinen van het huidig functioneren.

E. De stoornissen worden niet beter verklaard door verstandelijke beperking (intellectuele ontwikkelingsstoornis) of algemene ontwikkelingsvertraging. Verstandelijke beperking en ASS komen frequent samen voor. Om comorbide diagnoses van ASS en verstandelijke handicap te maken, moet de sociale communicatie lager zijn dan te verwachten voor het algemeen ontwikkelingsniveau.

Overeenkomsten en verschillen in gedrag

Er zijn een aantal kenmerken die zowel in het gedrag van hoogbegaafde kinderen voorkomen als in het gedrag van autistische kinderen, maar de reden waarom zij dit gedrag vertonen ligt voor beiden in een heel andere oorzaak. In onderstaande kolommen vind je links het gedrag van de hoogbegaafde kinderen en de reden waarom ze dit gedrag vertonen en aan de rechterkant dezelfde gedragingen, maar uitgelegd vanuit het autistisch denken.

Deze kenmerken zijn ontleend aan MOOIBegaafd (Frank de Mink en Truus van der Kaaij) en Autisme als hype (Francisca Scholte), waaraan ik zelf een aantal overeenkomsten onderaan heb toegevoegd.

Hoogbegaafdheid

  • beschikt over een grote fantasie, maar kan zich wel inleven in anderen.
  • heeft een enorme kennis en brede belangstelling en kan de kennis ook toepassen.
  • heeft moeite met veranderingen: er valt zoveel te ontdekken en het kind wordt overspoeld door vanalles zodat het wenst dat alles hetzelfde blijft opdat het overzichtelijk wordt.
  • de taalontwikkeling is vaak vergevorderd en doet formeel aan.
  • heeft inderdaad ook oog voor details, maar verliest wel het overzicht niet en blijft zicht hebben op het geheel.
  • kan langdurig en obsessief met een onderwerp bezig zijn, maar zoekt vooral verdieping in het onderwerp.
  • staat vaak alleen, wordt vaak niet begrepen wat frustratie en boosheid in de hand werkt waardoor er faalangst optreedt en bijgevolg de sociale vaardigheden zich minder ontwikkelen.
  • werkt bij voorkeur alleen omdat het niveau van de anderen niet uitdagend en bevredigend genoeg is.
  • heeft soms moeite met planning en afmaken doordat hij zoveel ideeën heeft dat hij geen keuze kan maken en aldus niet begint. Of hij is zich zodanig aan het verdiepen in een onderwerp, dat hij alles rondom zich vergeet. Soms ligt het aan perfectionisme dat er niets wordt afgemaakt of aan het snelle denken waardoor stappen worden overgeslaan en zo tot onorthodoxe resultaten komt.
  • heeft moeite met communicatie wanneer hij zich niet bij ontwikkelingsgelijken bevindt, maar heeft wel een goeie sociale interactie en degelijke communicatie bij peers, wanneer er over een gemeenschappelijk onderwerp gesproken wordt.

Persoonlijke aanvulling:

  • is hypersensitief, ook hooggevoelig genoemd. Dit is voor mij een wezenlijk kenmerk van hoogbegaafdheid, het hoort erbij.
  • heeft dikwijls een disharmonisch profiel, kan over sterrenkunde spreken, maar zijn schoenveters nog niet strikken bv. De cognitieve ontwikkeling loopt soms voor op de motorische ontwikkeling.
  • het beleid op scholen mag niet vertrekken vanuit een algemeen opgelegd beleid, maar er moet gekeken worden naar elke hoogbegaafde apart, geen enkel hoogbegaafd kind is gelijk.
  • veel hoogbegaafde kinderen proberen zich in school aan te passen aan het niveau en hebben er stress, maar kunnen als ze thuiskomen probleemgedrag vertonen omdat ze dan in een veilige omgeving vertoeven waar het toegelaten is om frustratiegedrag te uiten.

Autismespectrumstoornis

  • beschikt over veel beelden, maar over weinig verbeelding. Heeft geen inlevingsvermogen.
  • heeft uitstekende theoretische kennis, maar weinig praktische intelligentie. Kan de kennis niet toepassen.
  • heeft moeite met veranderingen: hij/zij heeft problemen om de wereld als eenheid te ervaren en routines zijn dan een houvast om de wereld te kunnen ordenen.
  • hij/zij copieert graag mooie zinnen, maar vat de inhoud letterlijk op.
  • ziet enkel details en kan de context niet begrijpen, gaat uitweiden over bijzaken en toevalligheden.
  • kan eindeloos herhaling zoeken in een onderwerp, maar geen verdieping ervan. Hij praat wel veel, maar zegt eigenlijk weinig.
  • heeft moeite met het aanvoelen en interpreteren van sociaal gedrag en begrijpt lichaamstaal of grapjes niet.
  • kan zich moeilijk verplaatsen in een ander en kan dus onmogelijk samenwerken.
  • heeft moeite met ordening en kan hoofdzaken niet van bijzaken onderscheiden
  • heeft een communicatieprobleem, communiceert niet vlot en er is bij een gesprek geen of nauwelijks wederkerigheid

 

 

 

 

Persoonlijke aanvulling: 

  • kan hypersensitief zijn (soms ook hyposensitief), overprikkeld raken door omgevingsfactoren wat de oorzaak van het autistisch denken is.
  • ook autistische kinderen hebben last van een disharmonisch profiel vanwege de grote academische kennis die soms aanwezig is, maar daarentegen makkelijke praktische taken nog niet kan uitvoeren.
  • ook bij autisme mag niet worden uitgegaan van een algemeen beleid voor elk autistisch kind toepasbaar. Ook hier moet gekeken worden naar het individu omdat wegens het spectrum autisme heel veel verschillende gezichten heeft.
  • ook autistische kinderen moeten zich de ganse dag inspannen om te begrijpen en begrepen te worden wat veel energie vergt en ook zij kunnen dan in een veilige thuis gaan uitbarsten en hun frustraties de loop laten.
Meer hierover kan je lezen in het boek van Webb, J. (2013)
Misdiagnose van hoogbegaafden
Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.