Is elke hoogbegaafde ook hoogsensitief?

Mijn idee van hooggevoeligheid is niet meteen waar de meeste mensen aan denken als ze dit begrip in de mond nemen. Meestal komen er door dit woord spontaan gedachten op als gevoeligheid voor licht, voor geluid, voor vervelende etiketjes in de kleren, sokken die teveel spannen of ondergoed met naden die irriteren, geuren die te indringend zijn,… met andere woorden een puur zintuiglijke hooggevoeligheid. Maar dit is mijns inziens maar één aspect van de hooggevoeligheid die ik als typisch kenmerk zie van hoogbegaafdheid.

Kan iedere hoogbegaafde ook hooggevoelig genoemd worden?
En geldt dit ook voor het omgekeerde?
Wat kan Dabrowski hieraan toevoegen?

Hoogsensitiviteit als basis voor hoogbegaafdheid

Ik beschouw hoogsensitiviteit als een grotere gevoeligheid voor prikkels, een eigenschap van het zenuwstelsel in samenwerking met hersenactiviteit waarbij de verwerking van de prikkels op een andere manier verloopt dan bij de meeste mensen. Ik ben er trouwens van overtuigd dat dit de fysieke basis is van hoogbegaafdheid: door een gevoeliger zenuwstelsel en een complexere verwerking van de binnengekomen prikkels worden er meer hersenverbindingen gevormd en dit van bij het prille begin van nieuw leven – hiervoor kan ik echter geen wetenschappelijke bewijs leveren en blijft het dus een hypothese.

Wat wel geweten is, is dat door het vormen van meer verbindingen er meer informatie kan worden opgeslagen, er meer associaties gemaakt kunnen worden naar andere informatie en verkrijgt die persoon ook een beter overzicht en inzicht in de kennis. Hierdoor zijn er ook meerdere wegen mogelijk, kan er gekozen worden tussen verschillende mogelijkheden, kan er sneller nagedacht worden en worden creatievere oplossingen gevonden bij problemen.

Dabrowski

De theorie die ik als onderbouwing van deze hypothese wens te geven komt van Dabrowski (1902-1980), een Pools psychiater en psycholoog die duizenden kinderen en volwassenen heeft onderzocht, zowel lager- als hoogbegaafde mensen. Uit dit onderzoek heeft hij een theorie ontwikkeld waarvan één deelaspect bestaat uit de ‘overexcitabilities’. Deze term wordt in het Nederlands verkeerdelijk vertaald als ‘overprikkelbaarheid’, wat heel negatief klinkt en waarmee hij eerder gevoeligheden voor prikkels bedoelt; daarom zal ik verder de Engelse term gebruiken zodat de nuance gespaard blijft.

Deze overexcitabilities uiten zich op 5 verschillende gebieden en zijn aangeboren, verhoogde capaciteiten om prikkels te ontvangen en te verwerken. Ze uiten zich in een verhoogde sensibiliteit, een hoger bewustzijn en in grotere intensiteit.
Dabrowski beschouwde hoogbegaafden als mensen die extreem gevoeliger zijn in de meeste van deze gebieden, maar niet iedereen heeft dezelfde voorkeur voor een gebied.

Overexcitabilities

De eerste overexcitability  kenmerkt zich op psychomotorisch vlak: iemand die heel veel energie heeft, veel beweegt of beweging nodig heeft, gedreven is en graag bezig is, die zich weinig kan ontspannen, zeer opgewonden is of als een workaholic bestempeld wordt. Dit kan zich uiten op een eerder negatieve manier als hyperactief zijn, friemelen, rusteloos en impulsief. Deze laatste kenmerken doen denken aan het gedrag van AD(H)D’ers waardoor hoogbegaafde kinderen nogal dikwijls verkeerd gediagnosticeerd worden.

De tweede overexcitability ligt op zintuiglijk vlak (en hier ligt de overeenkomst met de klassieke definitie van hooggevoeligheid): iemand die ontroerd is bij het horen van mooie muziek of het zien van iets moois zoals kunst of een besneeuwd landschap, iemand die geneigd kan zijn veel en lekker te eten en te drinken louter vanwege het genot, iemand die op zoek is naar nieuwe zintuiglijke prikkels, avontuur en ervaringen (zoals in voedsel, muziek, veranderen van je omgeving, enz.). Dit kan zich negatief uiten in een kieskeurige eter, overreacties bij fysiek ongemak.

Op het derde vlak is er de intellectuele hooggevoeligheid: iemand die overal vragen over stelt, alles wilt weten, kennis wilt vergaren, alles onderzoekt, veel nadenkt,  problemen oplossen leuk vindt, nieuwe ideeën wilt uitzoeken en zoekt naar waarheid. En dit allemaal intrinsiek gemotiveerd en puur voor de fun, niet omdat het opgelegd is van buitenuit. Ook dit kan zich negatief uiten zoals altijd het hoofd in de wolken hebben of geen aandacht hebben voor de omgeving.

Als vierde overexcitability heeft Dabrowski het over beeldend gevoelig zijn (en hier zit dan weer een link met het zogenaamde beelddenken, een voorkeur voor visuele informatieverwerking): iemand die veel beelden in zijn hoofd ziet, iemand die een rijke fantasie en voorstellingsvermogen heeft, iemand die graag gebruikmaakt van beelden, tekeningen en voorbeelden, iemand waarvoor denkbeelden, overzichten en systemen belangrijk zijn. Een negatieve uiting hiervan is dagdromen en een misdiagnose van ADD komt dan ook veel voor bij deze personen.

Als laatste is er de emotionele gevoeligheid: iemand die intense, heftige emoties heeft, voelt wat anderen voelen, sterk empathisch is, inlevend is, zich verbonden voelt met andere of andere dingen, iemand die precies is in het beschrijven van gevoelens, iemand waarbij emoties tot filosofisch denken brengt. Dit uit zich negatief in humeurigheid, stemmingsgevoeligheid, neiging tot depressie en ongerustheid of angst.

Als deze opsomming op veel punten voor iemand geldt, dan zal die persoon in een situatie meer ervaren dan andere mensen die minder gevoelig zijn omdat er meer prikkels binnenkomen. Er is dan ook meer om over na te denken en er is een snellere en diepere ontwikkeling.

Hoogbegaafd zijn is dus een dynamisch proces dat steeds maar doorgaat, misschien moeten we het hoogbegaafd zijn dan veranderen in hoogbegaafd worden.

Overexcitabilities Dabrowski

  1. Psychomotor: a heightened excitability of the neuromuscular system, a capacity for being active and energetic
  2. Sensual: a heightened experience of sensual pleasure of displeasure emanating from sight, smell, touch, taste and hearing
  3. Intellectual: a marked need to seek understanding and truth, to gain knowledge, and to analyze and synthesiz
  4. Imaginational: a heightened play of the imagination with rich association of images and impressions, frequent use of image and metaphor, facility for invention and fantasy, detailed visualization and elaborate dream
  5. Emotional: heightened, intense feelings, extremes of complex emotions, identification with others’ feelings, and strong affective expression
© Theory of Levels of Emotional Development, Dabrowski & Piechowsky, 1977 en Emotional Development and Emotional Giftedness, Piechowsky, 1991
Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.