Tien mythes en vooroordelen over hoogbegaafde kinderen…

Hoeveel van onderstaande mythes of vooroordelen ben je al tegengekomen in jullie strijd om een uitdagend leeraanbod op school te verkrijgen voor jullie hoogbegaafde kind?

  1. Mythe 1: Hoogbegaafde leerlingen hebben geen hulp nodig, die komen er zelf wel.

    Zou jij een topatleet voor de Olympische Spelen laten trainen zonder coach? Hoogbegaafde leerlingen hebben óók begeleiding nodig van leerkrachten die hen kunnen uitdagen en hen ondersteunen om hun potentieel volledig te laten ontwikkelen. Veel hoogbegaafde kinderen zijn al zo ver voor op hun leeftijdsgenoten dat ze al meer dan de helft van de leerstof kennen nog voor het schooljaar begint. De verveling en frustratie die hiervan het gevolg is kan voor onderpresteren zorgen, moedeloosheid of ongezonde werkgewoontes. De rol van de leraar is cruciaal om talenten te ontdekken én ze goed te begeleiden.

  2. Mythe 2: Leerkrachten dagen alle kinderen al uit, dus zitten hoogbegaafde kinderen best goed in een reguliere klasgroep.

    Hoewel leerkrachten inderdaad alle leerlingen trachten uit te dagen, zijn ze echter niet bekend met de specifieke noden van hoogbegaafde kinderen en weten ze meestal niet hoe ze die best begeleiden in de klas. Op het Bekinacongres van 2011 bleek dat deze thematiek tijdens de lerarenopleiding in het Pedagogisch Hoger Onderwijs en aan de universiteiten nog altijd stiefmoederlijk wordt behandeld. Met als gevolg dat veel leerkrachten niet in staat zijn om hoogbegaafde leerlingen te herkennen noch hen te kunnen begeleiden.

    Vlaamse inspectie: ”het werken met niveaugroepen, het differentiëren en remediëren komt niet of weinig aan bod tijdens de stage. Er wordt te weinig gedifferentieerd naar doelgroepen toe. Kandidaat-leraren zijn enkel opgeleid om een standaardles te geven voor een gemiddeld en gemakkelijk publiek, terwijl het werkveld veel rijker geschakeerd is en leraren voor grote uitdagingen stelt. Bij deze leerstofgerichte aanpak is er te weinig afstemming van het geleerde op het ontwikkelingsniveau van de leerlingen zelf”

    Uit: Onderwijsspiegel van de Vlaamse inspectie (2008) deel I (“DE BEGINNENDE LERAAR”) p. 35-36

  3. Mythe 3: Hoogbegaafde kinderen zijn een rolmodel en maken de andere kinderen van de klas slimmer door hen uit te dagen.

    Gemiddelde of zwakkere leerlingen zien hoogbegaafde leerlingen niét als rolmodel. Naar iemand kijken waarvan verwacht wordt dat ze altijd succesvol zijn zonder al teveel inspanning, doet weinig goed voor het zelfvertrouwen van die zwakkere leerling. En ook omgekeerd, zullen hoogbegaafde kinderen alleen maar bijleren als ze tussen ontwikkelingsgelijken zitten en gaan ze zich eerder vervelen, frustreren en gedemotiveerd raken wanneer ze in klassen met gemiddelde leerlingen geplaatst worden.

  4. Mythe 4: Alle kinderen zijn begaafd.

    Inderdaad, alle kinderen hebben sterke en positieve eigenschappen, maar niet alle kinderen zijn begaafd in de schoolse betekenis van het woord. Het label “begaafd” betekent op school dat een kind, in vergelijking met klasgenoten, een bovengemiddelde capaciteit heeft om sneller te leren en de leerstof in één of meer vakgebieden toe te passen. Deze capaciteit vereist aanpassingen aan het reguliere curriculum zodat deze kinderen worden uitgedaagd en ook elke dag iets nieuws bijleren. Hoogbegaafd betekent niet goed of beter: het is een term die het mogelijk maakt deze leerlingen te herkennen en te weten hoe aan hun unieke leerbehoeften kan voldaan worden.

  5. Mythe 5: Versnellen is schadelijk voor de sociale ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen.

    Hoogbegaafde studenten vervelen zich vaak of zitten niet op hun plaats tussen leeftijdgenoten. Hierdoor neigen zij meer naar oudere leerlingen die veeleer hun “intellectuele leeftijdsgenoten” zijn. Studies hebben aangetoond dat veel leerlingen gelukkiger zijn tussen oudere leerlingen die hun interesse delen dan ze zijn met kinderen van dezelfde leeftijd. Daarom moet versnelling zeker worden overwogen voor deze leerlingen.

  6. Mythe 6: Uitdagende onderwijsprogramma’s voor hoogbegaafde leerlingen zijn elitair.

    Onderwijsprogramma’s zijn normaal gezien bedoeld om álle mogelijke hoogbegaafde leerlingen te helpen. Hoogbegaafde leerlingen zijn namelijk te vinden in àlle culturen, etnische achtergronden en sociaal-economische groepen. Maar toch wordt veel van deze kinderen de kans om hun potentieel te maximaliseren ontzegd door de manier waarop deze programma’s worden gefinancierd of de manier waarop de hoogbegaafdheid wordt geïdentificeerd. Zo kan het dat de selectieprocedure om toegelaten te worden tot bv. een kangoeroeklas geheel afhangt van één enkele IQ-score waardoor dit leerlingen met verschillende culturele ervaringen en mogelijkheden nog al eens uitsluit. Bovendien zijn vele hoogbegaafdenprogramma’s, zoals privéscholen of buitenschoolse activiteiten, zeer sterk afhankelijk van sponsoring of van de portemonnee van ouders doordat het onderwijs zo weinig bemiddeld is. Dit betekent dat, hoewel de noodzaak heel hoog is, vaak slechts kinderen van ouders met een hoger inkomen deze mogelijkheden hebben, waardoor de perceptie van elitarisme ontstaat.

  7. Mythe 7: Een leerling met lage cijfers kan niet hoogbegaafd zijn.

    Onderpresteren is een discrepantie tussen de prestaties van een leerling en zijn werkelijke vermogen. De wortels van dit probleem kunnen heel erg verschillen afhankelijk van kind naar kind. Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich vervelen of gefrustreerd raken in een niet-uitdagende klassituatie waardoor ze hun interesse verliezen, slechte studiegewoonten aanleren of  de schoolomgeving gaan wantrouwen. Andere leerlingen kunnen hun vaardigheden om sociale redenen proberen te minimaliseren om zo bij hun leeftijdsgenoten te willen horen. Nog anderen kunnen een leerstoornis hebben waardoor hun hoogbegaafdheid niet naar boven komt. Ongeacht de oorzaak is het noodzakelijk dat een zorgzame en opmerkzame volwassene hulp biedt aan deze hoogbegaafde onderpresteerders om de cyclus van onderpresteren te doorbreken en zo hun volledige potentieel te laten bereiken.

  8. Mythe 8: Hoogbegaafde leerlingen zijn gelukkig, populair en goed aangepast in school.

    Er zijn inderdaad veel hoogbegaafde leerlingen die opbloeien in hun schoolomgeving. Maar er zijn ook hoogbegaafde kinderen die heel erg verschillen qua emotionele en morele intensiteit, qua gevoeligheid aan de verwachtingen en gevoelens van anderen, qua perfectionisme en qua diepe bezorgdheid over de maatschappelijke problemen. Anderen delen helemaal geen interesses met hun klasgenoten wat kan resulteren in eenzaamheid of nageroepen worden als ’nerd’. Vanwege deze moeilijkheden is de school eerder een ervaring om te worden doorstaan dan te worden gevierd.

  9. Mythe 9: Deze leerling kan niet hoogbegaafd zijn want hij heeft een leerstoornis of andere beperking.

    Sommige hoogbegaafde leerlingen hebben effectief ook een leerstoornis of andere beperking. Deze “tweemaal uitzonderlijke” studenten worden vaak niet opgemerkt in de reguliere klaslokalen vanwege het feit dat hun beperking en de hoogbegaafdheid elkaar maskeren, waardoor ze eerder  “gemiddeld” lijken. Ander hoogbegaafde leerlingen worden soms wel geïdentificeerd met een leerstoornis en komen als gevolg daarvan, niet in aanmerking voor bv. een kangoeroeklas of compacten en verrjiken. In beide gevallen is het belangrijk om zich te concentreren op de capaciteiten van de leerlingen en zich niet alleen te focussen op de beperking. Daarom moeten ze naast hulp voor hun leerstoornis ook uitdagende leerstof aangeboden krijgen.

  10. Mythe 10: Wellicht ben je er zelf al andere tegengekomen?

    Heb je naast deze negen mythes of vooroordelen hierboven zelf al te maken gehad met een ander vooroordeel, laat het ons gerust weten op onze facebookpagina of hiernaast. Soms kan je de gekste vooroordelen niet eens zelf bedenken, zo hilarisch zijn ze soms. Maar altijd zijn ze gevaarlijk omdat ze onze kinderen vooral niet vooruithelpen, integendeel! Het is van groot belang dat we tegen deze mythes ingaan, met wetenschappelijk onderbouwde argumenten zodat onze kinderen kansen krijgen om hun talenten volledig in te zetten.

Copyright © 2015 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.