3+3. Iedereen wéét toch dat dat 6 is!

Zo reageert de zevenjarige Mary op haar eerste schooldag. Het meisje is de hoogbegaafde dochter van een wiskundig genie dat zelfmoord pleegde toen Mary zes maand oud was. Sindsdien leeft het meisje bij haar oom Frank, ooit een professor filosofie, maar nu bootmechanicien. De enige vrienden van Mary zijn haar buurvrouw Roberta en een eenogige kat Fred. De oom beslist daarom om Mary naar school te laten gaan om eindelijk wat vrienden van haar eigen leeftijd te leren kennen. Oom Frank wil dat ze een gewoon normaal leven leidt en leert genieten van het leven. Hij wil helemaal niet dat ze anders is en wil niet dat ze hoogbegaafd genoemd wordt. Ook zijn eigen hoogbegaafdheid negeert hij. Frank wil vooral voorkomen dat het meisje eindigt zoals haar mama. Haar mama is door hun moeder, de oma dus, heel erg gepusht om carrière te maken in wiskunde. De zelfmoord was volgens hem daar het gevolg van en dat wil hij absoluut vermijden bij Mary. Maar dat was buiten de oma gerekend die te weten komt dat Mary ook wiskundig zeer sterk is – ze lost al differentiaalvergelijkingen op, leerstof voor universiteitsstudenten – en besluit om het hoederecht aan te vragen zodat Mary haar talent volledig kan ontplooien. En zo start een nieuwe Kramer vs Kramer, maar dan met een thema dat me nauw aan het hart ligt. Hoogbegaafdheid uiteraard. Haal je zakdoek maar boven, vooral tijdens de scène waar Mary van Frank wordt weggenomen.
De film zelf is geen hoogvlieger, maar is ook niet slecht gemaakt. Je hebt echt het gevoel dat de regisseur zich vooraf goed heeft geïnformeerd over het gedrag van hoogbegaafde kinderen en de reacties van volwassenen daarop. De spelers acteren heel geloofwaardig, weliswaar op zijn Hollywoods, maar realistisch. Het blijft uiteraard een film, toch zijn verschillende situaties heel herkenbaar. Frank spreekt Mary aan op een volwassen manier en zij antwoordt ook op een manier die je niet van andere zevenjarigen verwacht. Je herkent de ‘duh’-reactie bij het oplossen van sommetjes in het eerste leerjaar. Ook de reactie van de juf zal herkenning opwekken bij elke ouder van een hoogbegaafd kind: hoe ze Mary gaat uittesten, hoe ze gaat kijken of ze de sommen wel écht kent en het geen trucje is. Ook de verwondering op het gezicht van de juf als dan blijkt dat ze echt wel goed kan rekenen. Misschien herken je wel de situatie waarin Mary de andere kinderen ‘dom’ noemt. Of wanneer ze sympathie krijgt voor haar juf omdat die toch zo haar best doet om haar uitdaging aan te bieden. Ze probeert op zijn minst het meisje te begrijpen. Mary heeft een volwassen vriendin en vindt dat maar normaal. Ook onze elfjarige dochter gaat elke vakantie logeren bij onze vroegere huishoudster, die nu rond de zestig is, en zei me laatst: ‘Da’s mijn vriendin! Mag dat niet misschien?’. In een andere scène vraagt Mary aan Frank of God wel bestaat. Ook dat hebben wij letterlijk meegemaakt bij ons thuis toen onze tweede zoon vijf was en voor het eerst in school lessen godsdienst kreeg. ‘Mama, bestaat er een God?’ ‘Wat denk je zelf?’, was mijn reactie toen. Hij had een groot probleem: ‘Maar als ik niet in God kan geloven, dan kan ik ook niet in Sinterklaas geloven.’ De vrees om dan geen cadeautjes meer te krijgen, zat zijn scepsis tegenover het geloof in de weg. Heel herkenbare situaties dus, in deze film.

De oma van het meisje, die het kind nog nooit heeft gezien, wil Mary, net als haar eigen dochter, gaan pushen om iets te doen met haar sterk wiskundig inzicht. Zij vindt dat hoogbegaafdheid letterlijk een gave is, een gift – Gifted! – een cadeau dat je hebt gekregen en dat als gevolg heeft dat je ook verplicht bent om er iets mee te doen. Je hebt de verantwoordelijkheid om je potentieel maximaal te laten renderen – at all costs! Hier zien we hoe twee zienswijzen binnen het domein hoogbegaafdheid bij elkaar komen of liever, tegen elkaar afgezet worden. In het verhaal van de film uit zich dat letterlijk in een gevecht in de rechtbank om het hoederecht over Mary tussen de oom en de oma. Oom Frank wil vooral dat ze gelukkig wordt, dat ze een gewoon leven kan leiden, dat ze kan leren genieten van kleine dingen. Hij wil het talent van het meisje niet overroepen. Maar oma wil net dat talent niet vergooien en wil dat dit gestimuleerd wordt, ten koste van het gelukkig zijn. ‘She’s not normal and treating her as such is negligence on a grand scale.’ Die twee manieren van vechten herkennen we vaak ook binnen Hoogbloeier. Je wilt dat deze kinderen hun talenten ontplooien, maar tegelijk wil je ook dat ze mens zijn in een maatschappij van mensen die eerder gemiddeld zijn. Je wilt dat ze gelukkig zijn, maar je wilt ook dat ze functioneren. En kan dat wel, die twee zienswijzen verzoenen met elkaar? Moet je voor het één of voor het ander gaan? Kan het niet allebei? Is de kans dan niet groot dat je voor geeneen van de twee wegen voluit kan gaan? Het blijft een dunne lijn tussen stimuleren en laten begaan. Bij Hoogbloeier gaan we eerder voor het ‘gelukkig zijn’, voor het goed in je vel zitten, waarna we denken – hopen – dat ‘gaan voor je talent’ daar automatisch uit zal volgen. Op het einde van de film zie je dat mooi vertaald in een compromis tussen deze zienswijzen. Het meisje mag voor haar wiskundetalent naar de universiteit gaan en wordt er door haar oom afgehaald. Je ziet een huppelend meisje dolgelukkig uit een aula vol studenten komen, met een kinderrugzakje op haar rug. Het beeld daarna zie je haar handenklappen met meisjes van haar eigen leeftijd in de scouts. Ga de film bekijken en geniet!

Bij Hoogbloeier vinden we het belangrijk dat je als ouder weet of je kind hoogbegaafd is of niet. We vinden het jammer als ouders de hoogbegaafdheid van hun kinderen gaan negeren uit schrik dat ze niet gelukkig zouden zijn als ze een label opgeplakt krijgen. Wij vinden juist dat het nódig is om het te weten, net om gelukkig te kunnen worden en beter in je vel te zitten. Inzicht krijgen in je eigen hoogbegaafdheid, in de valkuilen die erbij horen, in de mogelijkheden die het biedt, is zo belangrijk om te kunnen functioneren in onze maatschappij. Inzicht in jezelf is een basis om gelukkig te kunnen worden. Je kan niet leren omgaan met anderen als je niet met jezelf overweg kan. Eerst inzicht in jezelf, in je eigen hoogbegaafdheid, dan pas komt inzicht in je omgeving. Dan pas kan je ervoor kiezen je aan te passen of ergens tegenin te gaan, zonder jezelf te verliezen.
Maar dan moet je uiteraard weten wat hoogbegaafdheid juist inhoudt. Heb je als ouder een vermoeden dat je kind hoogbegaafd is, maar weet je niet goed hoe zich dat uit in gedrag, dan kan je bij ons terecht op onze thema-avonden. Er start regelmatig een reeks thema-avonden in verschillende regio’s. Kijk in onze agenda voor meer info en voor de volgende thema-avond.
Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.