Mensen vertrouwen op IQ, maar eigenlijk is IQ onbetrouwbaar!

In de paasvakantie van 2015 gingen we naar het Museum Dr. Guislain in Gent waar de tentoonstelling Karakterkoppen liep. Een gids leidde ons door de tentoonstelling en vertelde over hoe mensen vroeger dachten dat je aan de vorm van een hoofd kon bepalen hoe intelligent je was.

Ondertussen zijn er al tal van intelligentietesten ontwikkeld die helemaal niet meer lijken op de eerste testen van vroeger, toen wetenschappelijk onderzoek naar intelligentie nog in zijn kinderschoenen stond. Rond 1850 is Paul Broca, een beroemd hersenchirurg uit Frankrijk, gestart met craniometrie: het meten van de schedel. Hij mat alles van het hoofd: gewicht, omvang en inhoud van schedel en hersenen en vergeleek deze metingen bij verschillende bevolkingsgroepen. Hierbij legde hij een verband tussen schedelomvang en intelligentie en verklaarde zo dat blanken superieur waren aan andere rassen en dat mannen slimmer zouden zijn dan vrouwen. Gelukkig werd dit later als onwetenschappelijk beschouwd. Nochtans werd deze theorie nog enkele tientallen jaren aangehouden.

In diezelfde periode in Engeland had Sir Francis Galton, een neef van Charles Darwin, nagenoeg dezelfde ideeën. Hij bestudeerde vooral het verband tussen intelligentie en erfelijkheid, sterk beïnvloed door Darwins evolutietheorie. Om te kunnen bewijzen dat intelligentie erfelijk was, ontwikkelde hij als eerste een aantal intelligentietesten waarvan we nu zouden denken dat die testen eerder primitief waren. Hij onderzocht vooral zintuiglijke gevoeligheden zoals reactietijdmeting, gezichtsscherpte, gehoorscherpte, concentratievermogen,… maar ook fysiologische verschijnselen zoals hartslag en huidgeleiding. Deze testen waren op zijn zachtst gezegd ietwat vreemd. Zo had Galton een fluitje gemaakt waarmee hij kon bepalen wat de hoogste toon was die iemand kon horen. Dit is een leuke gevoeligheidstest voor geluid, maar kan onmogelijk een intelligentietest genoemd worden. Bij een andere test moest je van drie dezelfde kokertjes gevuld met hagel, wol of watten de lichte van de zwaardere onderscheiden. Of wat dacht je van een gevoeligheidstest voor de geur van rozenplanten?

Toch werd Galton hierbij heel serieus genomen en zijn tal van andere onderzoekers met deze ideeën nog verder gegaan. Het kunnen weerstaan van druk of het hebben van een hoge pijngrens werd zo ook in verband gebracht met intelligentie.

De echte vader van de intelligentietesten zoals we die nu kennen is Alfred Binet die in 1904 samen met Theodore Simon een objectieve procedure ontwikkelde om leerlingen met een mentale achterstand te kunnen onderscheiden van leerlingen met een normale intelligentie. Hij besloot dat intelligentie één complex geheel is van verschillende cognitieve aspecten en niet van goed ontwikkelde zintuigen. Hij zocht per leeftijdsgroep naar testopdrachten die niet expliciet op school werden onderwezen maar wel kenmerkend waren voor het onderscheid tussen ‘knappe’ en ‘domme’ kinderen. Onderdelen van de test waren oa. voorwerpen benoemen, logisch redeneren, definities van woorden geven en rijmwoorden zoeken. De test begon met leeftijdsadequate makkelijker opgaven en ging door tot de testreeks te moeilijk werd voor het kind. Voor het eerst werd het mogelijk om een relatief objectief, voor iedereen gelijkwaardig, met dezelfde instructies opgebouwd standaardinstrument, het intellectuele niveau van een kind te vergelijken met zijn leeftijdsgenoten. De ideeën van Binet werden in de Verenigde Staten overgenomen door Lewis Terman die aan de Stanford Universiteit de Stanford-Binettest ontwikkelde, die nog steeds wordt gebruikt.

Een IQ-test is niet heiligmakend. Elke intelligentietest had zijn beperkingen, en heeft dit nog steeds, waardoor sommige testresultaten twijfelachtig kunnen worden genoemd. Goede testresultaten zijn ook geen waarborg voor goede prestaties in een later leven, net zoals slechte testscores niet voorspellen dat een kind er niet zal komen. Zolang wij echter afhankelijk blijven van IQ-testen voor het meten van intelligentie en zolang scholen pas gaan handelen wanneer ze resultaten van een IQ-test hebben gezien, ontzeggen wij veel kinderen de kansen en mogelijkheden om werkelijk intelligenter te worden.

Copyright © 2015 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.