Kind met hoog IQ? Plak er niet te snel label hoogbegaafd op

Kinderen met een hoog IQ hebben niet per se meer emotionele en gedragsproblemen dan andere kinderen. Wie het label hoogbegaafdheid heeft gekregen, wél.
Tot die opvallende conclusie kwamen onderzoekers van de KU Leuven na de eerste Vlaamse studie naar het welbevinden van hoogbegaafde kinderen.
De onderzoekers manen aan om voorzichtig zijn met het toekennen van dat label. Want kinderen met het label hebben niet alleen vaker leer- en ontwikkelingsstoornissen, ze geven ook blijk van meer ‘onwelbevinden’. Zo heeft drie op de tien hoogbegaafde kinderen al eens gezegd dat ze dood wilden.
Het onderzoek baseert zich op de gegevens van meer dan drieduizend kinderen. Het is echter nog onduidelijk of het label zelf stigmatiseert of dat ouders hulp zoeken omdat er naast hoogbegaafdheid ook sprake is van andere problemen.
… (lees verder hier, weliswaar voor abonnementen op De Standaard)

In de krant De Standaard van deze morgen stond dit artikel over het onderzoek dat de KU Leuven doet naar het welbevinden van onze Vlaamse jeugd, met specifieke aandacht voor kinderen en jongeren met tekenen van hoogbegaafdheid: JOnG! Talent. Ook Hautekiet, het radio1-programma had het er vanmorgen over, maar daar verengde het bericht al meteen weer tot de vraag of je hoogbegaafde kinderen wel zo nodig apart moet zetten voor hun onderwijs. Er is duidelijk iets mis met nuancering, duiding en correctheid in de media waardoor steeds weer de perceptie gevoed wordt dat hoogbegaafdheid ofwel iets spectaculairs en sensationeels is, ofwel helemaal niet bestaand is en genegeerd moet worden.

De feiten in het krantenartikel kloppen met wat Ciska Pieters op 27 mei 2014 heeft gebracht over het onderzoek op de studiedag JOnG!Talent en ook op het ECHA-congres in Ljubljana. De feiten zijn inderdaad correct wat betreft gegevens uit het onderzoek, maar er worden achteraf verkeerde of op zijn minst onduidelijke conclusies aan verbonden.

  • De vraag of het label stigmatiserend werkt, mag wel degelijk gesteld worden. Als de omgeving geen of nauwelijks kennis heeft van hoogbegaafdheid, kan het label eerder in het nadeel van het kind werken dan dat het voordeel biedt. Hoogbloeier pleit er nochtans voor het label wél te gebruiken, maar het dan ook zeer goed uit te leggen zowel aan de ouders, aan de kinderen als aan hun omgeving. Hoogbegaafdheid betekent niet ‘slim zijn’, maar wel dat je sneller denkt dan anderen, dat je associatiever denkt, meer out-of-the-box denkt. Het betekent niet dat je al alles kent en kunt, maar dat je ook moet oefenen, ervoor gaan, vooral veel moet werken en ook fouten mag maken. Anderzijds betekent hoogbegaafdheid ook dat je intenser emoties ervaart, dat je je meer bewust bent van je omgeving, dat je patronen snel doorziet, dat je je anders voelt omdat je vriendschapsverwachtingen hoger liggen, dat je autonoom wilt handelen, geen gezag zonder respect aanvaardt, enz. en dat je hier als hoogbegaafd kind of volwassene inzicht in moet hebben vooraleer je adequaat met je omgeving om kan.
  • De vraag of de ouders van de hoogbegaafde kinderen hulp hebben gezocht omdat de kinderen problemen ervaren, is ook legitiem. Die ouders komen ook inderdaad naar privé-initiatieven zoals Exentra, Hoogbloeier of psychologenpraktijken net omdat ze problemen ervaren. En deze ouders zullen niet komen als er geen bijkomende problemen zijn. Maar daar knelt juist het schoentje van dit onderzoek: er is naast de grote onderzoeksgroep van 3390 kinderen van 6 en 12 jaar – niet noodzakelijk hoogbegaafd – een aparte onderzoeksgroep bekeken van 232 leeftijdsgenoten die cliënt zijn bij het CBO in Antwerpen (nu Exentra, red.) – en dus 8 op 10 hoogbegaafd gelabeld. Deze laatste groep is niet meer neutraal: dit zijn vooral kinderen waarvan de ouders zich hebben aangemeld bij het CBO omdat hun kind problemen ervaarde en er reeds een vermoeden van hoogbegaafdheid was. Ouders die geen problemen ervaren kloppen over het algemeen niet aan bij een instantie die gespecialiseerd is in hoogbegaafdheid.
  • En daar gaat De Standaard de mist in: het zijn niet die kinderen met het label ‘hoogbegaafdheid’ die vaker leer- en ontwikkelingsstoornissen hebben of meer doodswensen hebben, maar wel die kinderen die cliënt waren bij het CBO en dus al meer problemen hebben ervaren dan andere kinderen. Anderen die wel degelijk hoogbegaafd kunnen zijn, maar doordat ze geen problemen ervaarden ook geen behoefte hebben gehad aan het labelen ervan. Het is een feit dat ouders pas naar de hulpverlening stapten als er al problemen waren.
  • De vraag is dus niét of het label hoogbegaafdheid voor die problemen heeft gezorgd, noch of het de hoogbegaafdheid zelf is die voor die problemen heeft gezorgd, maar de juiste vraag is wel hoe de interactie tussen omgeving en die hoogbegaafde kinderen hun welbevinden heeft beïnvloed.

Bekijk eens het filmpje waarin James T. Webb een heldere verklaring geeft voor de problemen die kunnen optreden bij hoogbegaafde kinderen.

 

En daar vervolgt Ciska Pieters uit het onderzoek met de juiste conclusie: “Een label is te beperkt, beter is te kijken welke noden dit kind heeft”. Ook Lianne Hoogeveen zei hetzelfde op de studiedag van JOnG! Talent: “Stap af van het label hoogbegaafdheid, maar ga handelingsgericht werken: zeg dus niet ‘Dit kind is hoogbegaafd’, maar ‘Dit kind heeft behoefte aan les op een hoger niveau en dan met name in rekenen”.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek stond zelfs niet eens in het persbericht en is dan ook niet opgepikt door zowel de krant als de radio: “Uit deze resultaten moet niet afgeleid worden dat het niet toekennen van het label de vermelde problemen zal voorkómen.

Het is mooi dat de onderzoekers ervoor pleiten om iets te ondernemen op schoolniveau zodat ouders niet meer in de privé-hulpverlening terecht moeten. Maar zoals een een ouder op dit artikel terecht reageert: “Waarom merk ik hier zo weinig van? Waarom is de teneur van dit artikel alweer dat het de schuld is van de ouders zelf dat hoogbegaafde kinderen niet goed in hun vel zitten? Waarom worden de noden van deze kinderen weerom geminimaliseerd? Waarom reageren scholen opnieuw dat hoogbegaafdheid overroepen is en dat het de ouders zijn die een speciale behandeling voor hun kind willen?”

Als scholen effectief de afspraken van het CLB in de praktijk zouden brengen, dan zal de externe hulpverlening wellicht minder nodig zijn. Maar tot die tijd gaan ouders hulp zoeken als ze voelen dat hun kind ongelukkig is en daar hoeven ze zich helemaal niet schuldig voor te voelen!

 

Copyright © 2015 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.