Een groeimindset aanleren in de zone van naaste ontwikkeling heeft méér effect!

Als je de laatste tijd ook maar iets te maken hebt gehad met onderwijs, zouden we er durven op wedden – of hopen althans – dat je al gehoord hebt van mindset van Carol Dweck: de manier waarop je denkt over intelligentie. Deze motivatietheorie wordt hier niet meer uit de doeken gedaan, daarvoor kan je terecht op dit thema op onze site.

Er is ondertussen al heel wat onderzoek hiernaar gebeurd dat aantoont dat het bevorderen van een groeimindset bij leerlingen leidt tot aanzienlijke verbeteringen in hun academische prestaties, terwijl een vaste mindset nadelige effecten heeft op de resultaten van leerlingen.

Mindset kan inderdaad een waardevol instrument voor opvoeders zijn, maar is niet het enige dat vertelt hoe kinderen leren. Dweck spreekt vooral over overtuigingen over intelligentie, maar er zijn meer zaken die zowel een positieve als negatieve rol kunnen spelen bij het vormen van deze overtuigingen. Zo is het bekend dat stereotypering en subtiele discriminatie significante negatieve effecten op dit soort overtuigingen van leerlingen kan hebben. Andere factoren zoals betrokken zijn als leerkracht of leerlingen een competent gevoel geven, kunnen een positief effect hebben. Maar kan een groeimindset je onbegrensd laten groeien in jouw potentieel? Is er een grens aan de groei en waar trekken we dan die grens? Veel leerlingen hebben al heel wat faalervaringen gehad en werden geconfronteerd met hun beperkingen. Als we nu gaan suggereren dat ze door het veranderen van mindset in staat zijn om àlle hindernissen op gebied van studeren te gaan overwinnen, riskeren we dat we ze opzadelen met verwachtingen die op termijn meer kwaad dan goed doen.

  • Om deze vraag te beantwoorden zien we dat het onderzoek naar mindset kruist met het werk van de psycholoog Lev Vygotsky, dat nog steeds als relevant voor het onderwijs geldt. Vygotsky was zeer innovatief en invloedrijk, waarbij een deel van zijn onderzoeken een reactie was op Piagets ontwikkelingstheorieën. In het postuum gepubliceerde werk ‘Mind in Society’ (1978), beschreef Vygotsky het concept van de zone van naaste ontwikkeling (ZNO).

  • Voor Vygotsky is de ZNO ‘de afstand tussen het werkelijke ontwikkelingsniveau bepaald door het individueel kunnen oplossen van problemen en het niveau van de potentiële ontwikkeling, bepaald door het oplossen van problemen onder begeleiding van volwassenen of in samenwerking met sterkere leerlingen’. Een leerling heeft met andere woorden voor een bepaald onderwerp een zone waarin hij of zij in staat is om van punt A (het huidige kennis- of vaardigheidsniveau) naar punt B (het begripsniveau dat mogelijk is voor deze persoon als ze hulp van een leraar of medeleerling krijgen) te gaan. Met andere woorden, de zone van naaste ontwikkeling is de zone waarin je aan het leren bent, waarin je hulp nodig hebt om iets onder de knie te krijgen. Deze zones fluctueren in grootte, zodat de ZNO van één persoon voor bv. kwantumfysica groter of kleiner kan zijn dan de ZNO van een andere persoon. Daarnaast kunnen zones variëren, zelfs voor dezelfde persoon. Zo kan één leerling een brede ZNO hebben in wiskundig denken en een smallere ZNO bij geschiedenis.

  • Hoewel het originele werk van Vygotsky vooral ging over jonge kinderen, kunnen zijn theorieën over de zone van naaste ontwikkeling zeker ook toegepast worden op leren binnen het middelbaar en hoger onderwijs. Dus wat kunnen we hieruit leren voor het leren in de klas?  Het lijkt erop dat de sleutel om Vygotsky’s werk te koppelen aan het onderzoek naar mindset is, dat de zones zowel begin- als eindpunten hebben. Er is een bovengrens aan een ZNO waarna de leerling alleen frustratie ervaart en slechts beperkt resultaten haalt. Echter, waar de leerling het best leert, is juist ìn die ZNO en dit is waarschijnlijk de plaats waar het cultiveren van een groeimindset het meest succesvol zal zijn. De leerling helpen te begrijpen dat hun intelligentie niet vast staat, maar ontwikkelbaar is – zoals de groeimindset hen aanmoedigt om te doen – kan een serieus effect op de leerwinst hebben. Als je dit doet binnen hun ZNO kan je nog véél verder gaan in het bereiken van  hun maximale potentieel als lerenden.

  • Eén van de moeilijkheden hierin is natuurlijk dat deze zones geen fysieke entiteiten zijn. We kunnen niet zien waar ze beginnen en eindigen, waardoor er heel veel ‘trial and error’ nodig is wanneer we proberen te werken in deze zone. In feite kan een deel van ons leerdoel zijn om leerlingen te helpen zich meer bewust te worden van hun eigen zones, hun eigen sterke punten en hun eigen intellectuele grenzen. Geenszins met de bedoeling om prestaties te ontmoedigen, maar dergelijk metacognitief denken kan leerlingen helpen om expertise op te bouwen.

Vygotsky had zeker nooit de bedoeling om te suggereren dat leren precieze beperkingen heeft; integendeel, hij hoopte dat de ZNO leerkrachten en ouders het grote potentieel van leerlingen zou doen begrijpen op een manier die effectief onderwijs meer mogelijk maakt. Mindset voegt nuance toe aan dit fundamentele werk en de twee zijn uiteindelijk noodzakelijk complementair.

Vrije vertaling van Eyler, J. 
Center for Teaching ExcellenceMore Than Mindsets: Why Vygotsky Still Matters
Copyright © 2016 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.