Help! Ik, hulpverlener, heb hulp nodig!

Het is ondertussen al meer dan vijf jaar geleden, maar ik herinner het mij nog haarscherp. Ik werkte toen nog helemaal alleen, had Hoogbloeier amper opgestart.

Een kleine graatmagere vijftienjarige komt argwanend kijkend binnenstappen in mijn praktijkruimte. Zijn ouders zijn een week ervoor komen praten over zijn schoolmoeheid, over zijn slechte schoolresultaten, over zijn gamegedrag en vooral over hoe lastig het is om hem op te voeden. Zij willen graag dat ik hem weer gemotiveerd krijg, dat hij door het secundair/voortgezet onderwijs komt en dat het weer aangenaam wordt thuis. K. is een taalvaardige jongen die ooit heel creatief was, heel veel tekeningen maakte, saxofoon speelde en competitie volleybal speelde. Nu doet hij niets anders meer dan gamen, gamen en nog eens gamen, volgens de ouders. Hij staat op met zijn laptop, eet met zijn laptop aan tafel en gaat slapen met zijn laptop in zijn bed. ’s Nachts chat en speelt hij online met mensen uit Amerika, ’s morgens raakt hij niet uit bed. Ik had dat jaar een eigen programma gemaakt om gedemotiveerde hoogbegaafde jongeren er weer bovenop te helpen (Wijs op weg) en wilde dit programma ook aanbieden aan deze stuntelige jongeman die in mijn praktijk wat onwennig stond te dralen.

Al gauw blijkt het een spraakwaterval te zijn, iemand die je zo onder tafel kan praten. Hij was al naar psychologen geweest, maar wond die steeds om zijn vinger. Voor het eerst heeft hij het gevoel dat er iemand echt naar hem luistert. Maar hij zit diep, heel diep! De vragen die hij stelt, zijn heel erg existentieel. ‘Als ik dood ga, dan draait de wereld toch gewoon door. Wat voor zin heeft het leven dan?’, is de teneur van de gesprekken. Ik ga heel erg diep in gesprek met hem, filosofeer mee over de zin van het leven. ‘Neen, het leven heeft in se geen zin. Maar je kan er wel zin aan géven!’, geef ik mijn ongezouten mening mee. Hij apprecieert het dat ik zelf een mening heb, maar ook dat ik zijn standpunt begrijp en niet meteen afkets. Voorzichtig heb ik het over rimpelingen in het water, dat je een vallend steentje kunt zijn, dat elk van ons wel een bepaalde invloed heeft op zijn omgeving, hoe miniem ook. Het lijkt week na week beter met hem te gaan en we spreken na die drie intense maanden af dat ik hem nog één keer per maand zal ontmoeten. Het gaat goed – denk ik.

Enkele maanden later krijg ik opnieuw een telefoontje van zijn ouders. Heel paniekerig melden ze mij dat K. die dag op weg naar school, terwijl ze erop stonden te kijken, bewust met zijn fiets voor een auto is gereden zonder om te kijken. Gelukkig zonder erg, de chauffeur was heel alert en is op tijd kunnen stoppen. Voor K. maakt het niet uit, of hij er nu nog is of niet. Voor de ouders is dit een mislukte zelfmoordpoging. Maar K. lacht het weg. Op dat moment komt het wel heel dichtbij. Okee, ik weet wel veel over hoogbegaafdheid, maar ik ben geen psycholoog. Wat doe je hier nu mee? Is dit wel een zelfmoordpoging of is dit onnadenkend pubergedrag? Is het een signaal dat ik niet mag negeren of is het dat niet? Ik heb nood aan hulp, andere professionele hulp met expertise over suïcidaal gedrag. Ik besluit om de Zelfmoordlijn in te schakelen.

Een vriendelijke stem aan de telefoon luistert naar mijn verhaal. Ze is onder de indruk van mijn verhaal en vindt dat ik het professioneel  heb aangepakt. Ik vraag haar of ik een andere expert moet inschakelen, een échte psycholoog, die daar beter van op de hoogte is. Maar ze stelt mij tegelijkertijd gerust en ongerust. Ik ben immers de enige persoon die K. nog wil zien en in wie hij vertrouwen heeft en dat is blijkbaar een enorm voordeel volgens de mevrouw aan de telefoon. Maar tegelijk legt ze een enorme verantwoordelijkheid op mijn schouders door het aan mij over te laten. Ze legt mij uit hoe ik moet praten over deze – vermeende of niet – zelfmoordpoging, hoe je het letterlijk moet vragen, er echt moet op ingaan, vooral niet gaan verbloemen. Zo moet ik met hem praten over wanneer hij eraan denkt het te doen en hoe hij het zou gaan doen; open praten over de zelfdodingsgedachten zou moeten helpen volgens de mevrouw aan de andere kant van de lijn. En vooral: luisteren, écht luisteren!

Ik vind het doodeng, maar doe wat ze me opdraagt. Luisteren zonder te oordelen en er concreet over praten. Ook de psychiater die ondertussen ook is ingeschakeld door de huisarts, omdat er een vermoeden was dat K. met een existentiële depressie zit, heeft alle vertrouwen in mij. Samen met de ouders, huisarts, psychiater en mezelf krijgen we K. er beetje bij beetje weer bovenop. Schoolresultaten worden losgelaten, het belangrijkste is dat hij weer gelukkig is. En enkele weken later hoor ik van de ouders dat hij voor het eerst weer zijn saxofoon in handen heeft genomen. Ook ik kan het nu wat meer gaan loslaten.

Dit vond ik het heftigste in mijn nog relatief korte carrière als hulpverlener voor hoogbegaafden. Een verantwoordelijkheid die heel hoog is. Het gaat immers om het leven van een jongere dat voor een stuk in jouw handen ligt. Maar wat ik toen vooral miste, was een netwerk waarop ik kon terugvallen. Ik stond er toen helemaal alleen voor, had nog weinig tot geen collega’s die met hoogbegaafdheid bezig waren. Ik miste adviezen die mijn onzekerheid konden wegnemen. Ondertussen zijn we echter al een vijftal jaar verder en ben ik niet meer alleen. Tal van hoogbegaafdenexperts en professionelen die opleiding rond hoogbegaafdheid hebben gevolgd zijn er bijgekomen. Het breidt uit en we kunnen op elkaar terugvallen. En dat is prima, want op die manier vormen we een netwerk waarin we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen ondersteunen.

Professionals die onze Hoogbloeier-opleiding hebben gevolgd, willen we nog meer aanbieden door gebruik te maken van elkaars expertise. Vanaf september organiseert Hoogbloeier intervisievoormiddagen voor de mensen die onze opleidingen volgden. Een intervisie is een al dan niet geleid gesprek waarbij collega’s elkaar helpen om beter te worden in hun domein. Bij ons bij Hoogbloeier is het domein uiteraard ‘hoogbegaafdheid’.

Al wie onze expert- en/of verdiepingsopleiding heeft gevolgd, kan op vrijwillige en gelijkwaardige basis regelmatig samenkomen bij Hoogbloeier. Heb je een probleem dat zich voordoet op jouw werkvloer en waar je tegenaan loopt, dan wordt dit probleem – een casus – tijdens een intervisiebijeenkomst behandeld. Dit kunnen problemen zijn op een school, in een klas, in een praktijk of in een begeleiding. Deze problemen kunnen zowel gaan over kinderen, jongeren als (jong)volwassenen. De intervisie gebeurt volgens een welbepaalde methode waarbij een trainer de intervisie begeleidt.
Het voordeel van zo’n intervisie is dat je uit verschillende invalshoeken handvaten krijgt voor het oplossen van jouw probleem. De meerwaarde van het opleidingsnetwerk van Hoogbloeier is net dat vele deelnemers uit verschillende sectoren komen. Er zitten zowel leerkrachten, ouders, coaches, therapeuten en psychologen in onze groep. Je leert dus van elkaar en leert er breder te kijken naar een probleem. De bedoeling is dan ook om van elkaars kennis en ervaring te leren.

De intervisie is gratis voor partners van Hoogbloeier en Hoogbloeier-medewerkers (ticket partner/medewerker). Andere deelnemers uit het opleidingsnetwerk betalen €15,- voor een voormiddag intervisie. Inschrijven kan via onze agenda.

PS. We zijn nu vijf jaar verder en de jongeman van toen is nu een ferme twintigjarige geworden. K. zit nu heel goed in zijn vel en heeft in zijn hogere studies dit jaar een project over mij gemaakt. Hij moest een persoon interviewen die hem heel erg geïnspireerd heeft. Je kan niet geloven hoe fijn het voelt dat je iemand uiteindelijk toch goed hebt kunnen helpen. En hulp bieden zodat ze gelukkig worden, dat is nog altijd waarvoor we het doen, niet?

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de site zelfmoord1813.be
Copyright © 2017 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.