Hoogbegaafde kinderen vragen om een ander soort van opvoeding…

Maandagmorgen en je betrapt jezelf erop dat je de hele ochtend loopt te commanderen. Doe dit, doe dat, haast je, ben je nu nog niet klaar…?

Tegen de tijd dat je klaar bent om zelf in de auto te stappen en naar je werk te vertrekken lijkt het alsof je al uren wakker ben, is je stressniveau behoorlijk verhoogd en vraag je je voor de zoveelste keer af waarom ze toch niet gewoon doen wat je zegt, dat zou zoveel makkelijker zijn.

Onmiddellijk daarna realiseer je je dat de kinderen ook niet bepaald gelukkig naar school vertrokken op deze maandagochtend en niet echt genoegen leken te scheppen uit hun ‘ongehoorzaamheid’. Je vraagt je af wat je dan toch verkeerd doet en hoe je dit kan oplossen.

Herkenbaar?  Wees gerust, je staat hier niet alleen in. Bewijs hiervan zijn het tal van opvoedboeken die de boekenrekken vullen, de tv-programma’s die ons met allerlei technieken om de oren slaan en de vele websites die alle op hun eigen manier proberen om ons “de” techniek bij te brengen.
Het wordt moeilijk om door het bos de bomen te blijven zien: moeten we nu strenger of minder streng worden? Moeten we straffen of net niet?  Wat doen we met regels die geschonden worden?  De ene methode zegt zus, de andere zo.
Daarbij komt nog dat je als ouder van een hoogbegaafd kind al vaak het gevoel hebt dat je het gedrag van je kind moet gaan verantwoorden bij de omgeving (school, familie, vrienden).

 Jane Nelsen heeft met haar “positive discipline” een manier van opvoeden omschreven die goed aansluit bij waar hoogbegaafde kinderen nood aan hebben. Met nadruk op respect en oog hebben voor oplossingen schetst ze een heel positieve aanpak van problemen die ruimer is dan enkel de gezinssituatie. Het gaat om een manier van omgaan met kinderen (en mensen in het algemeen) die hen helpt om zich te ontwikkelen tot een verantwoordelijk individu dat fouten kan en mag maken en weet dat het hieruit kan leren.

In dit artikel willen we graag een van de technieken van positive discipline kort voor jullie uitleggen. We benadrukken wel dat dit een eenvoudige uitleg is en zeker niet de weerslag is van de hele theorie van Jane Nelsen. Haar methode omvat zoveel meer, dan enkel deze ene techniek. We hebben deze ene techniek uitgekozen omdat dit, mits een switch in het eigen gedrag, makkelijk toepasbaar is in elke gezinssituatie.

Jane Nelsen spoort ouders aan om over te gaan van “telling” naar “asking”. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te stoppen met het kind te vertellen wat het moet doen omdat dit een aantal problemen met zich kan meebrengen waar we ons misschien in eerste instantie niet van bewust zijn. Als ouders altijd zeggen wat een kind moet doen, is de kans groot dat het kind dit gedrag overneemt en zich ook zo gaat gedragen naar vrienden toe. Het kan bovendien zijn dat het kind een persoonlijkheidsstijl ontwikkelt waarbij het steeds probeert om het anderen naar de zin te maken (pleasing personality).  Als je steeds commandeert, ontneem je een kind ook de kans om te voelen dat het zelf in staat is om iets te doen of een beslissing te nemen. Dit kan op lange termijn negatief zijn voor het zelfbeeld van het kind. Stop dus met zeggen wat het kind moet doen maar stel open vragen die het kind op weg helpen om het zelf te doen.

Om jullie op weg te helpen geven we een aantal voorbeelden:

  • Zeg niet: “Poets je tanden!”, maar wel: Wat moet je nog doen vooraleer je klaar bent om naar school te gaan?

  • Zeg i.p.v. “Maak je huiswerk!” eens: Wat is jouw planning voor het maken van je huiswerk?

  • Of wat dacht je van Wat is jouw verantwoordelijkheid als je stopt met spelen? i.p.v. het dwingende “Ruim op!”

  • En wanneer ze ruzie maken, zal “Stop met ruzie maken!” waarschijnlijk weinig effect hebben. Probeer eens: Hoe kunnen jullie samen dit probleem oplossen?

  • “Doe je jas aan!” wordt dan: Hoe zorg je ervoor dat je het niet koud hebt buiten?

Belangrijk hierbij is dat je oprecht nieuwsgierig bent naar het antwoord van het kind. Ze noemt deze vragen dan ook “curiosity questions”. Het concept is eenvoudig, maar de toepassing vraagt wel dat je mild bent t.o.v. jezelf. Verwacht niet dat je dit zomaar kan veranderen. In het begin zou het kunnen dat je jezelf erop betrapt dat je vraag een verpakt commando is of dat er een terechtwijzing in gehoord kan worden.
Net zoals je wil dat je kind kan leren van zijn/haar fouten, is het ook belangrijk jezelf dit toe te staan.

Let op volgende valkuilen:

  • De vraag mag geen verpakt bevel zijn.  Let op je lichaamshouding, intonatie… Veel hoogbegaafde kinderen zijn er net heel goed in om deze non-verbale signalen te lezen. Als je te boos bent en er niet in slaagt om je oordeel te laten vallen, zal je kind dit opmerken.

  • Kinderen zullen in het begin niet meegaand zijn. Ze zijn het gewoon dat hen wordt verteld wat te doen. Hoezeer ze hiertegen soms ook in verzet gaan, toch kan het zijn dat ze niet goed weten hoe om te gaan met jouw vragen.

  • “Ik weet het niet…” Als een kind een dergelijk antwoord geeft is het niet nodig om zelf onmiddellijk de vraag te beantwoorden. Geef het de tijd om er over na te denken en spreek na een tijdje af om te zien of er dan wel een antwoord kan gevonden worden.

Copyright © 2015 Maaike Martens, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.