Hoe doe je dat, compacten en verrijken/verdiepen?

Veel leerkrachten denken dat veel verschillende opdrachten geven aan verschillende leerlingen teveel gedoe is. En het is effectief zo dat een leerkracht slechts beperkte tijd en middelen heeft hiervoor. Maar dat sluit niet uit dat het de verantwoordelijkheid van de leerkracht is om het beste onderwijs te voorzien voor àlle leerlingen. Het beste onderwijs vertaalt zich niet noodzakelijk naar gemakkelijk onderwijs.

Hoogbegaafde leerlingen worden graag uitgedaagd. Ze houden er ook van om hun eigen interesses te verkennen. Soms is het niet zo moeilijk om een deel van hun interessepunten af te stemmen op onderwerpen die aansluiten bij de klasthema’s. Hoogbegaafde leerlingen moeten ook niet gestraft worden wanneer hun gewone werk snel af is. Ze willen niet méér werk, ze willen uitgedaagd worden net als hun leeftijdsgenoten. Hoogbegaafde leerlingen worden best ook niet als leerkracht ingezet om andere leerlingen die nog niet klaar zijn of het niet snappen te gaan helpen. Dit is niet eerlijk ten opzichte van deze hoogbegaafde leerlingen omdat ook zij in de klas zitten om iets bij te leren, niet om er te leren les te geven. Door ze steeds andere leerlingen te laten begeleiden ontneem je hen de mogelijkheid om hun eigen leerervaringen te hebben.

Wat is het verschil tussen een verrijkingsproject en een verdiepingsopdracht?

Zowel verrijking als verdieping heeft een plaats binnen in de reguliere klas, specifiek voor hoogbegaafde leerlingen die nood hebben aan een alternatieve opdracht zodat ook aan hun onderwijsbehoeften wordt voldaan. Hieronder wordt het verschil besproken en hoe het gebruikt kan worden in de reguliere klas.

  • Verrijkingsprojecten zijn projecten die leiden tot nieuw, diepgaand leren bij de hoogbegaafde leerling. Ze kunnen enerzijds gebaseerd zijn op onderwerpen waarin de hoogbegaafde leerling zélf geïnteresseerd is of anderzijds gebaseerd op het onderwerp dat momenteel in de klas wordt behandeld, maar dan wel gecompacteerd en aangepast voor deze leerlingen. Om deze leerlingen uit te dagen zou de leerkracht verrijkingsprojecten moeten opstellen die de leerling in staat stelt om dieper in te gaan op of anders om te gaan met de inhoud van het onderwerp. Deze projecten kunnen ofwel alleen worden uitgevoerd of met een medeleerling of in een kleine groepje. In deze projecten moeten ze meestal iets doen, iets praktisch en het handelt steeds over échte wereldproblemen, over onderwerpen die uit de realiteit komen. De leerling kan zijn eigen voorkennis gebruiken als basis waarna het project de leerling dieper in het onderwerp stuwt. Zo leert hij of zij nieuwe concepten of gaat reeds gekende concepten op nieuwe manieren gaan toepassen.

  • Een verdiepingsopdracht is een activiteit die leerlingen verder laat leren waarbij de leerstof van de reguliere klas ‘gestretcht’ wordt. Hierbij wordt binnen de gewone leerstof van de klas gebleven, maar gaat de hoogbegaafde leerling er dieper op in. Deze activiteiten kunnen eveneens worden gedaan in kleine groepen of helemaal alleen. De opdrachten zullen voor hoogbegaafde leerlingen uitdagend moeten zijn. (Ook bij zwakkere leerlingen wordt de leerstof ‘gestretcht’ – we willen ook deze kinderen verder krijgen – maar dan eerder remediërend). Leerlingen kunnen deze verdiepingsopdrachten niet zelf kiezen zoals dit bij een verrijkingsproject het geval is.

8 tips om te starten met compacten, verrijken en verdiepen

Als je nog niet gewoon bent om verrijkings- en verdiepingsopdrachten op te nemen in je klas, dan vind je hieronder een manier om ermee te starten. Begin zachtjes aan en doe dit in je eigen tempo. Wanneer je dit geautomatiseerd hebt, dan pas zullen je leerlingen hiervan profiteren. Door onderstaande stappen te nemen, kan je hoogbegaafde leerlingen helpen zodat ze verrijkingsprojecten en verdiepingsactiviteiten kunnen starten.

  1. Compacten
    Compacten vooraf is broodnodig! Verwacht niet van een leerling dat hij eerst al het gewone werk (i.e. hetzelfde werk als de andere leerlingen) moet af hebben vooraleer het aan de verrijking of verdieping kan. Dit gaat het kind ervaren als onrechtvaardig omdat het bovenop al het werk nog eens extra bovenop krijgt, dat bovendien nog eens moeilijk blijkt te zijn ook.

  2. Voortoetsen
    Bij het begin van elk nieuw hoofdstuk kan een leerling vrijwillig een voortoets maken. Dit doe je zowel voor hoogbegaafde leerlingen als voor de leerlingen die sterk zijn in dat bepaalde vak. Diegenen die ongeveer 90% halen op deze toets, beheersen de leerstof al compleet. Zij hoeven de les dan niet meer mee te volgen en kunnen de rest van de week werken aan hun verdiepings- of verrijkingsprojecten. Àlle instructie, inoefening en herhalingsoefeningen worden weggelaten voor deze leerlingen.

  3. Verkorte instructie
    De andere hoogbegaafde leerlingen die wel snel leren, maar de nieuwe leerstof nog niet beheersen, moeten wel deelnemen aan de instructie, maar weliswaar verkort. Zij mogen sneller aan de inoefening van de leerstof beginnen dan de gemiddelde en zwakkere leerlingen. Laat ze meteen beginnen met de laatste moeilijkste oefening(en). Wanneer ze die foutloos kunnen maken, beheersen ze dit ook en hebben ze ook tijd vrij om aan verdieping te werken. Hier kan je hoofdstuk per hoofdstuk nakijken welke oefeningen nog gemaakt moeten worden en welke kunnen worden weggelaten.

  4. Verrijkingsmateriaal
    Er bestaat heel wat verdiepings- en verrijkingsmateriaal die te vinden is bij educatieve uitgeverijen. Een andere bron is de website www.talentstimuleren.nl waar je heel wat voorbeelden vindt van goeie lessen. Kijk ook eens op www.klascement.be, wellicht hebben ook daar heel wat leerkrachten interessant materiaal gedeeld. Voor wie Blooms taxonomie al kent, weet dat deze opdrachten vooral de bovenste orde-denkvaardigheden moeten aanspreken.

  5. OXO-bord
    Je kan bv. een OXO-bord ontwerpen met daarin negen verschillende projecten die minstens één tot eventueel drie weken blijven staan. De leerling dient dan drie opdrachten op één rij uit te voeren. Elke opdracht is even moeilijk en krijgt evenveel waarde. Het voordeel hiervan is dat het eenvoudig is, ook voor jongere kinderen. Hierdoor geef je ze enige autonomie (ze kunnen zelf kiezen), maar doordat ze een rijtje moeten vervolmaken, zal er ook wel ergens een opdracht in zitten die ze normaal niet zouden hebben gekozen en waarvoor ze dus ietsje meer moeite moeten doen.

  6. Keuzemenu
    Een andere mogelijkheid is een keuzemenu, met verschillende opdrachten gebaseerd op de denkvaardigheden van Bloom. De opdrachten hebben verschillende moeilijkheidsgraden die uitgedrukt worden in punten: bv. een makkelijke opdracht heeft slechts 15 punten, een moeilijker opdracht krijgt 30 punten. De bedoeling is dat leerlingen een keuze maken uit de opdrachten met een totaal van bv. 100 punten en dit afwerken en indienen op een gegeven tijdstip.

  7. Aparte tafel
    Zorg voor één of meer apart tafels in de klas waar deze leerlingen hun verrijkingstaken kunnen afwerken. Laat toe dat ze samenwerken aan deze opdrachten.

  8. Evaluatie
    Evalueer dit verrijkingswerk en geef feedback, zowel op inhoud, op het afgeleverde product als op vaardigheden, afhankelijk van de doelen die je vooraf hebt gesteld. Wanneer je dit niet gaat doen, zal de leerling dit als bezigheidstherapie ervaren, niet als iets waar je van kunt leren en dat je uitdaagt. 

Wat doe jij in je klas om je hoogbegaafde leerlingen uit te dagen en te laten groeien?

Copyright © 2016 Sabine Sypré, Hoogbloeier cvba, Gent – Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit artikel mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur: info@hoogbloeier.be. Online delen mag mits vermelding van auteur en link naar dit artikel.